Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Ja, hij schijnt alle uitzicht op den bijval onzer regeering te hebben."

»Maar hij is nog zoo kort hier."

»]>es te beter voor hem, dan heeft hij nog geen tegenstanders." »Dat klinkt zwartgallig; gij wilt toch niet zeggen, dat hij ze anders hebben moest; ik zou dan waarlijk bang worden om hier te blijven."

»Gij moogt onze natie niet voor zoo onridderlijk houden, dat zij ooit om partijtwist de hulde zou vergeten, aan gratie en bekoorlijkheid gewijd. Zelfs de meest verstokte ketter zal hier zijn aanbidding niet weigeren."

»De ketterij neemt toe, niet waar?" vroeg Silvia, met de haar eigen beminnelijkheid het onderwerp ter conversatie opvattend, ofschoon staatkundige gesprekken anders haar liefhebberij niet waren.

»Ja, antwoordde Reinout, »maar te hooger worden zij geschat die getrouw zijn."

»I)an is de graaf van \ iale zeker een bijzondere gunsteling der landvoogdes?" °

»IIij heeft ten minste grooten invloed; gij hebt dat reeds aan den ijver gezien, waarmee men zijn bescherming zoekt, al verleent hij ze zelden. Melville is een van de weinigen, die zoo gelukkig zijn haar te verwerven."

»Is hij een bloedverwant van den graaf?"

»Ik ben met zijn familiebetrekkingen niet bekend. Onze tijd begint een door ons zelf verworven naam zoo hoog te stellen, dat hij een geërfden titel nauwelijks meer vordert."

Of de schoone Silvia toonen wilde, dat zij in de denkbeelden van vooruitgang deelde, die Reinout aan haar tijd toeschreef, of dat zij slechts uit natuurlijke welwillendheid handelde, genoeg, zij was dien verderen avond uiterst vriendelijk voor Edward. Zij sprak veel met hem, liet zich door hem geleiden, en de vurigste blik uit haar stralende oogen rustte op hem.

Er was een gloed in dien blik, die zijn bloed deed koken en wild door zijn aderen bruisen. Zijn hart was haar eigendom, want die blik maakte hem tot haar slaaf, en het vuur dat daarin gloeide verteerde zijn kracht totdat hij aan haar voeten lag, en zijn denken, zijn gevoel, zijn alles zich in één gewaarwording oploste, het bewustzijn dat zijn geheele ziel haar aanbad. Hij vroeg zich niet af, of haar bezit hem gelukkig zou maken, hij voelde alleen dat hij haar bezitten moest. Er was in die heldere stem een klank, die elke vraag in zijn borst tot zwijgen bracht; de hartstocht slechts kon er nog spreken.

Sluiten