Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Maar gij kunt toch zeggen of ge mee wilt gaan; het woordje ja zal snel genoeg gesproken zijn."

«Snel gesproken, maar dikwijls slecht te houden; ik zou op uwe vergaderingen niets kunnen uitrichten. Mijn kennis van al de partijen, die ik daar zou moeten bestrijden of verdedigen, reikt niet veel verder dan mijn invloed op haar aangelegenheden, en die is nul."

»Ge zoudt dan goed doen ze te leeren kennen;" een stem van ernstiger klank mengde zich hierin het onderhoud, en terwijl Edward zich eenigszins verlegen naar den spreker keerde, zag hij een strengen blik op zich gevestigd. «Het is thans geen tijd waarin men onkunde als harnas gebruiken mag, om de levensvragen van zijn volk van zich af te weren," vervolgde diezelfde stem.

Zij behoorde aan een man, wiens innemend uiterlijk Melville dien avond reeds getroffen had. De kloeke trekken, wier frissche kleur zelfs zonder het blonde haar hem terstond als een echten zoon der Nederlanden deed kennen, muntten door geen schoonheid uit, maar zij droegen zoozeer den stempel van vastberadenheid en wilskracht, terwijl de heldere oogen zoo duidelijk getuigden, dat die wil nooit iets zou zoeken, waarover zij hun licht niet onbevreesd zouden kunnen laten gaan, dat zijn persoonlijkheid wel geschikt was de aandacht te trekken. Edward kon, nu zij vorschend op hem rustten, den wensc.h niet onderdrukken, dat die oogen hem op een tijdstip hadden gadegeslagen, dat hun een gunstiger blik geleend had. Hij sprak eenige haastige, zijn onverschilligheid vergoelijkende woorden, en voegde er bij dat deze vergaderingen hem als een bedreiging tegen de landvoogdes waren voorgesteld, in welk geval hij er geen deel aan kon nemen.

»I)ie u zoo berichten hebben onwaarheid gesproken," hernam de vreemde; «er is, naar ik vertrouw, niemand op onze bijeenkomsten, die een gedachte van vijandschap tegen de regeering koestert; doch zoo hij er is, dan ontwijdt zijn plan de zaak, die hij heet voor te staan, en zal hij uit ons midden verbannen worden, zoodra hij zijn bedoelingen tot daad wil maken."

»En welk doel hebben uw vergaderingen dan wel?"

«Alleen de door ons bewind openlijk bezworen rechten des volks te verdedigen, en de vrijheid, die vroegere eeuwen met haar bloed kochten, thans door de kracht van ons woord te bewaren."

«En zoo het moet, door de kracht van ons zwaard," zeide Mansfeld, die naar hen toegekomen was, en de hand aan het gevest van een degen sloeg, dien hij nooit dan ten voordeele der tiranny zou trekken.

«Zoo het moet! Er zijn gedachten, die men niet denken mag, eer

Sluiten