Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik ben maar blij dat hij niet uit Brussel zal gaan; in een eentonige provinciestad hield ik het niet uit!"

»Dus staat het vast?"

Silvia haalde de schouders op. »Ik moet hem toch eerst hooren," zeide zij ongeduldig, »gij zult het vroeg genoeg weten," en met een gebaar, dat verdere vragen afsneed, deed zij Lucia weder in een gehoorzame onderdanigheid terugzinken, die geen andere taak kende dan haar vluchtig afgebroken arbeid te hervatten.

De inhoud van haar gesprek klonk in een aanstaande bruid zeker vreemd genoeg, maar voor iemand, die zoo nauwkeurig met haar gewoonten bekend was als Lucia, schenen de opmerkingen der schoone hofdame niets bijzonders te hebben. Zoover de Italiaansche kamenier terugdenken kon, had zij met haar jonge gebiedster een huwelijk, dat bestemd was deze voorgoed de gevierde positie, waarnaar zij verlangde, te verzekeren, als hoofddoel van haar streven besproken, en Silvia was een zoo goede leerling geweest, dat zulk een uitslag juist was wat men wachten kon. Haar meesteres nam de zaak met overleg op, dat was verstandig; zij had niets tegen dien peinzenden trek, die zich nu weer op het gelaat vertoonde, dat voor den blik der hovelingen altijd een beeld der meest onbezorgde luchthartigheid was.

Ieder leven heeft zijn ontwikkeling, al heeft het ook niet altijd veel gebeurtenissen. Misschien hield Silvia zich daarmee bezig, en dan had zij zeker stof tot denken, want ook haar gevoelens, hoe jong nog, konden reeds van zulk een vorming gewagen.

Haar gevoelens, — want wat de kennis der bewonderde Italiaansche betrof, deze was altijd een thermometer gebleven, te nederig om boven het nulpunt te rijzen. Met de problemen des levens had Silvia zich nooit beziggehouden, zij was gezond en schoon, de beste waarborgen tegen alle sombere gedachten. Als een groot park had het leven altijd voor haar gelegen, en geen andere taak was haar toegekend dan de bloemen te plukken, en te zorgen dat haar schoon niet verdween. Het was een gemakkelijke taak geweest, haar hoofd had althans nooit eenige onbevattelijkheid voor het begrip van behagen en schitteren getoond, dat haar zoo vroegtijdig was ingeprent, maar het bewustzijn van de macht die zij oefende, had aan haar karakter een eigenaardige vorming verleend. Tot haar twaalfde jaar had zij die heerschappij in naïeve onschuld gebruikt, van haar twaalfde tot haar zestiende had zij het bewustzijn er van en daarmee ile overeenkomstige coquetterie gekregen, en nu op negentienjarigen leeftijd was zij er in geslaagd, wat zij vroeger van nature bezeten, o'1 — verloren had, door de kunst te herwinnen. Er waren weinigen

Sluiten