Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft? als ze weggaat, komt daar weer niets vtfh," en Filips' jong gezicht nam akelig oude plooien aan, terwijl hij aan het met die betrekking verbonden inkomen dacht, dat hij inderdaad maar al te noodig had; »ik hoor dat zij zelf bang is."

Reinout haalde de schouders op. »Wie vrees zaait, zal schrik oogsten, antwoordde hij; »als de landvoogdes bang is, kunnen haar angstige vermoedens nog uitkomen, maar voor menschen met licht bloed en een kalm hoofd, geloof ik niet dat de zaken erg gevaarlijk staan."

«Inderdaad? nu, gij weet er zeker meer van dan ik; in de provincie zijn ze misschien nog aan de oude geruchten bezig," hernam Filips, die zeer gaarne gerust wilde zijn en zich dus gemakkelijk liet overtuigen.

»Ik zeg niet dat Margareta's vrees ongegrond zal blijken, ik zeg alleen dat als ze mij haar waardigheid onder diezelfde condities wil overdoen, ik ze gaarne aanvaarden zalmet die woorden nam Reinout afscheid, zonder zich nader met de reden vaij Filip s zorgen of verwachtingen in te laten.

Hij kwam die trouwens nog den eigen avond van Mansfeld te weten. »lk geloof dat de jonge Vredenborg ook mooi in 't nauw zal zitten, als de landvoogdes eens onverwachts vertrekt," merkte deze edelman aan, »hij is zoo druipstaartend teruggekomen als een begoten poedel."

»De Vredenborgs hebben den naam van rijk te zijn," antwoordde Reinout — naar waarheid, ofschoon hij voor zich zelf wel eens gronden van het tegendeel had meenen op te merken.

»Nu, dat komt goed, want ik vrees dat hij druk aan het schuldenmaken is; zoudt gij denken, dat hij nog vooruitzichten had aan ons hof?"

«Waarom niet? hij is jong, en als hij wil, heeft hij talent genoeg om vooruit te komen."

»Ja, maar ik twijfel of hij sterk zal willen," antwoordde Mansfeld; »dat zijn intusschen twee heerlijke zaken om hem mee tedeelen;in deze stemming is hij ondragelijk."

Reinout scheen de aangelegenheid als zeer nietig te beschouwen, en sprak Mansfeld dus niet in dit voornemen tegen, ook niet toen hij Mlips kort daarna als ijverig deelgenoot aan de speeltafel zag zitten. Hij stoorde den jongen man niet met lastige aanmerkingen, maar zijn blik rustte soms, als niemand dit gewaar werd, met een eigenaardige uitdrukking op het fijne gelaat, waarop alleen de driften van het spel nog een levendigen blos konden roepen. Zag hij tusschen dat snel door de slanke hand rollende geld en zijn wenschen eenig

Sluiten