is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorg dat zij bovenal als uw bruid beschouwd worde. Gij hebt uw verloving in een balzaal begonnen, denk dat gij ze voor Gods altaar eindigen zult, eindigen met een woord dat u voor altijd bindt. Ik wilde gaarne veel van uw verloofde weten, vooral wat gij alleen mij zeggen kunt; van haar bevalligheid en vroolijkheid kan iedere vreemde verhalen, van haar hart gij alleen, en dat hart moet uw hoogste bezit zijn, want dat slechts deelt gij niet; al het andere mag u behagen, dat moet u nog kunnen steunen en opbeuren, als die schoonheid reeds lang vergaan is."

De jonge man hield met lezen op, hij voelde den ernstigen wenk, in die regels vervat. Bovenal als uw bruid, — verried dat gezegde niet, hoe ook zuster Klara aan zijn verloving een denkbeeld vastknoopte, dat niets met liefde gemeen had? Zij verdacht hem niet, ieder woord van haar blief ademde deelneming en welwillendheid, maar die toon klonk zoo waarschuwend, hij voelde het: zij verdacht anderen. Het was niet meer de ontsteltenis eener eerste ontdekking.

CJ "

die hem aangreep, hij was reeds te nauwlettend geworden om Margareta's gunst nog met de arglooze oogen van vroeger te beschouwen, maar het was een des te diepere smart. De begunstigde hofdame der landvoogdes, — hij had Silvia nooit als zoodanig aangezien, doch anderen, hij had het gevoeld, deden zulks, en dat die gedachte ook in zuster Klara opkwam, scheen aan hun onderstelling een soort van wettigheid te geven. Kon de minzame, met zooveel ongedachte goedheid den onaanzienlijken vreemdeling tegemoetkomende vorstin baatzuchtige oogmerken aan een verbintenis geknoopt hebben, die zij zelf als het werk van belangelooze liefde geprezen had ? Welk een wreed spel was dan met hem gedreven? waartoe had zij zijn gloeienden hartstocht, die alle vroeger gehoorde opmerkingen, welke hem hadden kunnen waarschuwen, vergat, weten te misbruiken? Een bittere glimlach krulde zijn lippen; thans keerden al die toespelingen, zelfs het gesprek, op dien eersten middag in Brussel vernomen, in zijn geheugen terug, en alle schenen te vragen: waarom hebt gij u ook laten misbruiken ? Er was veel glans in de oogen zijner bruid geweest, om hem zoo geheel te kunnen verblinden; de schoone Silvia moest hem veel vergoeden, want de vlek eener lage verdenking, waarvan hij niet wist hoe zich te reinigen, rustte om harentwille op zijn naam. Vergoeden, — zou zij het doen? Nogmaals las hij zuster Klara s briei; het kwam hem vreemd voor, zijn schoone bruid van dat kleed harer bekoorlijkheid ontdaan te zien, en zich haar niet meer in de schitterende feestzaal, maar te midden van ernstige plichten voor te stellen. «Steunen en opbeuren," mompelde hij, alsof die woorden klanken eener vreemde taal waren en hij niet dacht ze