Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelden doet, en die dagen zullen Luther vereeren als den baanbreker eener hervorming, die dan eerst in al haar kracht zal worden verstaan. Calvinist en Lutheraan, ze zijn beiden Protestanten, beiden hebben zij tegen vervolging en gewetensdwang hun protest verheven, hun gedachte is één, al spreekt ze in verschillende vormen. Gij vraagt, of ik aan de zegepraal van ons verzet geloof? Ja, ik geloof daaraan, want ik heb de grenzen der tirannie gezien, en weet dat haar dienaars ze kennen. Deze speurhonden der inquisitie, die het zelf moeten uitspreken : ,in hun hart blijven zij toch altijd ketters', wat zeggen die anders dan: ,onze straffen zijn machteloos?' Deoogen van den Hugenoot fonkelden; »ja," riep hij met vuur, »wij blijven ketters, zij kunnen ons verbannen, gevangennemen, dooden, maar zij vermogen niets tegen ons denken. De kerk kan het woord van ons geloof verstikken, maar zij kan ons niet dwingen haar leer na te spreken; al zou ze door ongehoorde martelingen macht over onze lippen verkrijgen, de ziel blijft vrij, en zoolang daar nog verwerping der geweldenarij woont, zoolang zal de vrijheid altijd nieuwe wapens vinden, tot de keten verbrijzeld is, die alleen nog het lichaam gebonden houdt. Rome strijdt niet tegen menschen, niet tegen een volk; het strijdt tegen de gedachte, en het kan niet dooden wat onsterfelijk is."

Edward antwoordde niet; met dat bleeke, maar thans door den gloed der geestdrift bezielde gelaat voor oogen, met dien blik vol dweepzucht op zich gevestigd, kon hij geen kille redeneeringen van voorzichtigheid doen hooren; hij voelde, dat ze vruchteloos zouden zijn. Dat onwankelbaar vertrouwen liet zich door geen waarschuwing schokken, en hij had geen even krachtige overtuiging er tegenover te plaatsen; zoo zweeg hij, en overdacht slechts met bezorgdheid, wat zware taak hij op zicli had genomen, toen hij dezen man zijn bescherming aanbood. In welke moeielijkheden kon de onbevreesde ijveraar hem niet brengen, wanneer diens hartstochtelijke taal het wantrouwen opwekte, en hij, nu men alle uitgangen zoo zorgvuldig bewaakte, geen kans zag om zijn vlucht te begunstigen; had hij niet lichtzinnig gehandeld door een belofte te doen, die het hem misschien onmogelijk wezen zou te vervullen? Tot Edwards eer moet gezegd worden, dat het veel meer de an<:st voor het lot voor den prediker, dan voor eigen gevaar was, die hem bij de gedachte aan ontdekking deed sidderen. Zijn gast had dat medegevoel in hem wakker geroepen, dat ongeluk en fierheid meest in ieder jong hart verwerven, en weerzin en schaamte rezen in hem op toen hij zich zijn kerk voorstelde, het zwaard van den beul zwaaiend. Wat heeft deze man misdreven? klonk het in zijn binnenste; vreugde en eer, al wat het

Sluiten