Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo voorzichtig en..." De Burge verstomde, zijn blik viel op Edward, die door Meerwoude werd begroet, en dat deed lieni plotseling zijn zin afbreken. Het was weder een dier onverschillige, alledaagsche gesprekken, dat 1111 eensklaps de politieke opmerkingen van zoo even verving; Reinout echter was de eenige, die deze overgang op gemakkelijke wijze verrichtte, de anderen gedroegen zich zoo onhandig, dat zij Edwards aandacht daardoor terstond tot zich trokken. Hij voelde een oogenblik al het kwetsende van dien argwaan, maar dan verhief zich een lier zelfbewustzijn in zijne borst, dat zich boven elke onverdiende verdenking plaatste; deze menschen kwamen hem slechts als onwetenden voor, die, wanneer zij eens alles hadden kunnen inzien, met schaamte op hun eigen verblinding zouden starenHet denkbeeld, dat den man, wiens naam men nauwelijks in zijn bijzijn durfde noemen, in zijn woning een toevlucht gevonden had, riep hem een glimlach op de lippen, die hem in staat stelde met meer ongedwongenheid dan anders de onbeduidende vragen, die men hem deed, te beantwoorden, en Meerwoude was te wellevend om de koelheid zijner gasten niet zooveel mogelijk uit te wisschen. »Uw binnentreden maakte onze ijverige hervormers verlegen," zeide hij vertrouwelijk ; »als de bijbel voor alle leeken een geoorloofde lectuur was, zouden zij er geen woord iu lezen, maar nu hij in een ketterschen reuk brengt, halen zij er teksten uit aan, en voelen dan zelf hoe wonderlijk hun die soort van godsdienst staat."

»Zij konden een erger boek hebben gekozen."

Reinout knikte, en toen Edward het verbod er van onredelijk noemde, begroette hij deze vrijzinnige uitspraak niet met het wantrouwen, dat zijn kennissen daarvoor zouden hebben. Integendeel, over zijn bleeke trekken, waarop de vermoeienis van het feest duidelijk geschreven stond, gleed vluchtig een tevreden uitdrukking, en die kon alleen uit een vast geloof aan de oprechtheid dier meening voortkomen.

De partij, hoewel talrijk en druk, bood Edward weinig vermaak. Toen deze gezelschappen hem nog nieuw waren en de algemeene toon jegens hem van welwillendheid getuigde, luidden zij hem behaagd, thans voelde hij zich eenzaam en misplaatst, terwijl de gesprekken hem ruw of onbelangrijk klonken. Er werd sterk gedronken en gespeeld, twee genietingen waarvan hij de heerlijkheid niet waardeerde; en al maakte de wijn veler tong zelfs in zijn tegenwoordigheid los, hij luisterde zonder deelneming naar hun woorden, onder welke hem de tijd traag en drukkend voorbijging. Eerst de loop van het spel bracht hem tot meer belangstelling, maar niet tot die van genoegen. Onder hen, die zich het ijverigst aan de kansen der fortuin over-

Sluiten