is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat die kennis tevens tot navolging leiden zou, dat betwijfelde althans hij niet, die gelijk Reinout getuige der ruwe blijdschap gesveest was, waarmee het Antwerpsch gepeupel de eerste tijding der gepleegde wandaden begroette. Naast godsdienstig fanatisme had liet verlies, dat de handel door een vervolging leed, die de Protestantsche kooplieden naar Engeland dreef, een haat verwekt, die den Calvinist nog vijandiger tegenover den Katholiek plaatste, en hier was daarenboven als derde element een wild, muitziek grauw, dat bij elke gedachte aan vernieling juichte. Alles wat zulke uitspattingen mogelijk, maar ook gevaarlijk maken kon, was hier bijeen. Nam Antwerpen aan de beeldstormerij deel, dan zou zij zich overal verspreiden, dat voelde ieder, en de vraag naar haar gedrag rustte dus op ieders lippen. Ook de Roomsche geestelijkheid deelde in de algemeenc spanning. Geheel strijdig met de anders gebruikelijke praal, hield zij een processie, die in deze dagen viel, zonder eenige staatsie, en toonde aan de hervormden een zoo onderworpen gelaat, als waren dezen de heerschers, haar dienaars de oogluikend toegelatenen. Met het bekend worden der in Henegouwen gepleegde verwoesting was in Antwerpen alles veranderd. Gedurende enkele dagen waren de Protestanten meester der stad. De Roomschen, ofschoon zij zelf geen zachter maatregelen waagden voor te stellen, zouden die met blijdschap hebben zien nemen, zich voorbehoudend ze in rustiger tijden af te keuren; ja zij zouden hun vijanden gaarne een eigen kerk hebben toegestaan, mits men maar hun tempels spaarde. Zij toonden zich eensklaps zeer verdraagzaam, want de onverdraagzaamheid zou nu een zwaard zijn, dat hén trof.

Deze ongewone lankmoedigheid bracht echter een tegenovergestelde werking teweeg. Bij het weldenkende deel der Protestanten bestond natuurlijk geen oogenblik de gedachte, om op hun tegenstanders een onedele wraak te nemen; dat gedeelte der bevolking echter, dat tot zulk een handelwijze in staat was, schepte juist uit deze vrees den moed tot haar misdiijf. De wreede vervolging, dooi* de inquisitie geoefend, had haat maar ook angst verwekt; deze verzachting, die men niet aan medelijden maar aan lafhartigheid toeschreef, deed den angst bedaren zonder dat de haat ophield. De Protestanten hadden van hun geloof te midden der ergste verdrukking getuigd, zij konden in den schroom hunner vervolgers geen beleid, zelfs geen list zien, zij konden dien alleen als blijk van laf schuldbewustzijn verachten.' en helaas! enkele verworpelingen maakten er gebruik van, om een even verachtelijke daad te begaan.

Om de groote kerk schoolden hoopen volks samen en spotten over de ijverige geestelijkheid, die plotseling zoo nalatig geworden was,