is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blinden, maar hare edelen hielden haar de oogen open. Megen, Aerschot en Aremberg, die hun provinciën grootendeels rein gehouden hadden, wenschten de eer daarvoor niet met deze ijveraars te deelen, die, zooals zij haar toefluisterden, goede reden er voor hadden, de daad, die zij niet wilden beletten, thans bloedig te wreken.

Men vroeg niet of in provinciën, sterker door ketterij aangetast, de afwering niet moeiel ijker geweest was, men vergeleek alleen het vóór en tijdens de daad met het na de daad, en herhaalde spottend de opmerking, die Reinout bij het zien van dien teugelloozen ijver tegen voormalige beschermelingen en bondgenooten gemaakt had: »als het hooi binnen is, hangt men de vorken op."

Het was een uiting geweest, die zeer goed aan de gedachten van velen ten hove beantwoordde; of ze het ook aan de waarheid deed, heeft eerst een latere tijd gevraagd, en ontkennend kunnen beantwoorden. Hij heeft de edelen van alle deelneming aan de buitensporigheden der menigte vrij verklaard, en ook hun werkeloosheid in den beginne verontschuldigd. Het feit was, dat de meesten der voor de hervorming gezinde adellijken verrast waren, en daardoor in 't eerst niet wisten, wat te doen. Het was hun leus, die de beeldstormers voerden; onder den kreet: leven de Geuzen! werd het vernielingswerk volbracht; zij moesten zich eerst bezinnen of het vrienden dan wel vijanden waren, met welke zij te maken hadden. De verontwaardiging, de schaamte over deze ruwe benden en over hun eigen verzuim, sleepten hen vervolgens mee, en voerden hen verder dan goed, ja zelfs dan verschoonbaar was. Het zwaard, dat bij St. Quentin overwonnen had, was niet bestemd om tegen een menigte te worden aangegord, die overwonnen was zoodra zij zich verstrooid had, en het maakt een pijnlijken indruk, zoo menigen grooten naam in zoo klein een zaak gemoeid te zien.

De prijs, voor wolken zij offerden, zou hun nooit geworden. Een blik over den schouder van Margareta geslagen, als zij bezig was haar berichten naar Spanje te zenden, zou velen, die thans hun gezag bij de partij welke hen vereerde wegwierpen, om zich de welwillendheid der landvoogdes te koopen. van het ijdele dier poging overtuigd hebben. Zij zouden den prins van Oranje gelijk gegeven hebben, wanneer hij zeide: »de koning zal nooit meer met ons tevreden wezen."

Het was eenigen tijd na de stormachtige tooneelen, die het geheele land hadden beroerd, en Margareta bevond zich peinzend in haar vertrek, voor een tafel met papieren bedekt, de pen in de hand. Haar gelaat was bleek en vertoonde dien trek van zenuwachtige spanning, die vaak langer duurt dan de verwachting, die hem te voorschijn riep. Zij had met schrijven opgehouden en zag nadenkend