Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en weinig arbeid, waarop hij gerekend had, was nog altijd de blauwe bloem van het geluk, die hij niet gevonden had en ook wel niet vinden zou. Margareta had nu aan gewichtiger bezigheden dan zijn verzorging te denken, en het rijke huwelijk, waarmee hij zich een uitweg had meenen open te houden, begon mede zeer twijfelachtig te worden. Hij bezat een knap uiterlijk, en met een aanzienlijk ambt ten hove zou er wel een erfdochter geweest zijn, die hem ondanks eenige min gunstige geruchten haar hand had willen reiken; maar in dit vooruitzicht had hij nog steeds gedraald met wat hij »zich aan gouden ketens leggen" placht te noemen, en nu was het te laat. De Brusselsche schoonen mochten niet kieskeurig zijn, onbetaalde schuldbekentenissen waren toch niet het soort van liefdesbrieven, waarop zij gevraagd wilden worden, en hij zag geen kans om zijn verlegenheid tot na een huwelijk te verbergen. De woekeraar, die eerst den jongen edelman nederig met de muts in de hand begroet had, droeg ze nu stijf op het hoofd, en scheen instee van al zijn vroegere hoffelijke bewoordingen slechts de ééne phrase te kenuen: ik wil mijn geld terug hebben.

Filips had zijn vader voor rijk gehouden, en ook thans trachtte hij zich in dat denkbeeld te bevestigen; al de waarnemingen en berekeningen, die hij maakte, leidden hem echter niet tot die schitterende uitkomst, waarnaar hij verlangde, en met hangen nadruk rees op zulke uren de vraag in hem op: zou Helene dan toch gelijk hebben? zouden wij niet vermogend zijn? Een kil zweet bedekte zijn voorhoofd, wanneer hij dacht wat in dat geval gebeuren kon. Een vriend om zijn schulden te dekken had hij niet, zelfs Reinout dorst hij een zoo groote som niet afvragen, en toch die wissels moesten betaald worden; hij had een eervollen naam op 't spel gezet; werden zij niet voldaan, dan was die onherroepelijk verloren. Zijn vader zou de papieren kunnen afwijzen, waarop zijn onderteekening stond, en zeggen: ik heb die er niet gezet, wend u tot hem die ze bedriegelijk gebruikte; dat echter was het niet wat Filips het meest vreesde; hij geloofde niet dat de oude Vredenborg zou dulden, iemand die zijn naam droeg, die, hoe weinig bemind ook, toch zijn kind was, aan schande en verachting te zien prijsgegeven: neen, hij twijfelde niet dat zijn vader hem zou willen helpen, maar, zoo hij hem nu eens niet zou kunnen helpen? Al de bedenkingen, die eens zijn reddende engelen hadden kunnen worden, vervolgden hem nu als zoovele booze, kwellende geesten, en beletten hem zelfs het eenige hulpmiddel aan te grijpen, dat hem nog gebleven was, de open, berouwvolle bekentenis van zijn euvele daden. Hij begon in te zien hoe verkeerd hij gehandeld had, en hoe goed de raad was geweest,

Sluiten