Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inneren moest, hoe volkomen veilig hij was, om er niets vreemds in te vinden, dat Helene zoo kalm kon zijn.

Een beweging, die hij maakte, trok haar aandacht, zij zag op en wilde hem tegemoet gaan, maar hij voorkwam haar. «Ik moet u om verschooning vragen," zeide hij, zich naast haar neerzettend, »dat ik u nog niet begroet heb; wij arme diplomaten zijn de slaven onzer bezigheden, geen brief of bode vraagt ooit of hij ons gelegen komt."

Reinout wist, dat zij hem niet zou vragen welke zijn bezigheden geweest waren, en 't was ook in die zekerheid, dat hij er over sprak, want hij koesterde geen plan tot nadere mededeelingen. »Hebt gij nog bezoeken gehad?" vroeg hij na een onverschillig gesprek.

Helene noemde eenige namen, waaraan echter geen belang scheen verbonden te zijn, want Meerwoude hernam: »het is als kan men geen oogenblik in de zonneschijn zitten, zonder een zwerm van vliegen om zich heen te hebben. Mijn goede vrienden zeker; het was natuurlijk alles lof; ik kan 't mij voorstellen! Kom ik u niet wreed voor, dat ik de oorzaak van zooveel tijdverlies voor u ben?"

»De last is voor u grooter dan voor mij, het verwondert mij soms dat gij lust hebt hem te dragen."

»Wat kan ik anders doen? Als wij geen Arcadisch herdersleven a la Virgilius voeren willen, moeten wij ons wel niet dat sourt van individuen en met werkzaamheden, even belangrijk als zij, ophouden. Hebt gij reeds geschreven?"

»Ja, is de brief goed?" zij reikte hem het papier toe.

«Volkomen, zooals immer," antwoordde hij, den inhoud haastig doorloopend. Welk een aangename hulp zijt gij; ik vrees maar, dat ik mij zal laten verleiden er een te ruim gebruik van te maken. Iedere deugd draagt den zwaren sleep van een ondeugd, zou een zwaarmoedige met recht kunnen zeggen; zult ge mij er aan herinneren, wanneer ik mij aan een dergelijk egoïsme schuldig maak?"

»0, het is mij lief, zoo ik u eenige hulp kan bewijzen," hernam Helene, en zijn gelaat gadeslaande vervolgde zij: «wilt gij niet een weinig rust nemen? gij zult moede zijn, ik kan den bediende zeggen, dat hij niemand meer toelate."

«Doe geen moeite, ik moet Eelco toch nug spreken, en kan hem die boodschap wel laten overbrengen. Wilt gij uitgaan?"

«Ja; gij wenschtet immers dat ik eenige bezoeken zou maken."

«Toch alleen wanneer dat met uw eigen inzicht overeenkwam; ik bid li, waan zulk een los gezegde van mij geen Perzische wet. Gij zijt zoo nauwgezet in het verstaan mijner woorden, dat ik waarlijk niet meer achteloos in het uitspreken er van mag blijven."

Sluiten