Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzaak. Mijn gezegden moeten u harder geklonken hebben, dan ik bedoelde; men zal nooit aan Spaansche handen uw dood wijten. Wat ik wenschte was alleen u tegen een eerzucht te waarschuwen, die hooger vloog dan uw krachten reiken."

Reinout aarzelde even, maar den blik van haat ziende, dien de hertog bij al zijn schijnbare bedaardheid op hem wierp, begreep hij dat liet tijdstip 0111 waar te zijn gekomen was. Hij legde zijn hand op de papieren, die Alva doorloopen had, en sprak: »Uw Excellentie heeft mij een rol zien spelen, ik wil toonen dat ze mij niet verleerde open te zijn. Of' het Spaansche bewind mij genegen is, weet ik niet, maar wel dat het reden heeft mijn zwijgen te wenschen. Voor dit zwijgen, voor de opoffering van eenige der beste jaren mijns levens, voor zorgen, moeiten en gevaar, komt een prijs mij toe, die ze waardig beloont; dat is het ambt, waarvan ik sprak. Het staat aan u mij dat te onthouden, maar dan ook is onze betrekking verbroken, ik zal deze papieren vernietigen en in een onafhankelijk bestaan alleen den verloren tijd betreuren, aan een ondankbaar gouvernement geschonken. Ik wil, waar ik een vrij man kan zijn, niet dienen dan om te heerschen. Uwe Excellentie geve mij de schriftelijke belofte, na alloop van dezen krijgstocht mij tot stadhouder van Braband te benoemen, of wij moeten scheiden."

Alva scheen de onverzettelijkheid van dit besluit in te zien, want hij trachtte het niet aan 't wankelen te brengen. Eenige oogenblikken staarde bij peinzend voor zich heen, dan greep hij een pen en schreef haastig een paar regels. Hij drukte zijn zegel op het blad en gaf het zijn bezoeker. »lk wensch alleen te zijn, heer van Meenvoude," zeide hij op koelen maar hoffelijken toon.

Reinout boog. Het blad behelsde de belofte, die hij verlangd had, »Wanneer Uw Excellentie mij naar het leger der opstandelingen wil zien vertrekken, ik zal gereed zijn," sprak hij, en niet een gelaat, dat bij te zorgvuldig in bedwang hield, 0111 het een uitdrukking van zegepraal te laten toonen, verliet bij de kamer.

Zijn voorzichtigheid was ditmaal overbodig. Alva begreep zijn triomf, ook al zag bij daarvan geen uiterlijke sporen. Zou de Vlaamsche edelman hem dan toch te sluw zijn? zou de verzekering, die hij A argas gegeven had, dat bij Reinouts plannen beletten wilde, een ijdele grootspraak blijken? wrevelig rees hij op en riep zijn vertrouweling. Ook den Spaanschen raadsman was er veel aan gelegen, een invloed, die zijn positie als gunsteling in gevaar bracht, te breken; bij deelde in de uitbarsting van toorn, waarmee de landvoogd zijn bericht van het voor hem zoo vernederend geëindigde onderhoud sloot. «Ware het niet om den prins van Eboli, ik zou hem een dolk-

Sluiten