is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prijsgegeven. Al de dagen van het verleden, waarop Edward hem van zijn twijfel had gesproken, rezen weer voor zijnen geest; hoevele schenen er niet te zijn, die hij ongebruikt had laten voorbijgaan. Hij had hem altijd in zijn Katholicisme trachten te versterken, maar waar zijn gezag als vriend en beschermer niet reikte, had daar de vader niet kunnen redden? mocht hij zich vergeven, het nooit te hebben beproefd? Neen, hij was schuldig aan den ondergang van zijn zoon; hij had niet alleen diens tijdelijk, ook diens eeuwig heil had hij verwoest.

Viale trachtte zich niet te verschoonen; ei' was in zijn gemoed een zelfverwijt zooals slechts een hopelooze wroeging het kan voortbrengen, en toch kwam het denkbeeld om zijn schuld ten minste nu nog, zooveel hij kon, te herstellen, geen enkele maal in hem op. Zijn huwelijk en daarmee Edwards rechten te erkennen, was een daad, die hij geen oogenblik als mogelijk beschouwde. Een tijdvak van ruim twintig jaren had hem den eerbied der menschen zóó tot een gewoonte gemaakt, dat de voorstelling om er afstand van te doen met de gedachte van zelfmoord gelijk stond. Terwijl zijn hart hij elk bericht van den tegenstand der ketters sidderde, terwijl hij zijn zoon verloren noemde, waar die in hun gelederen bleef, dacht hij er toch nimmer aan hem terug te roepen. Zijn hart mocht breken, zijn lippen zelfs den moed tot bidden verliezen, nu hij tegen den hemel, dien zij aanriepen, zoo zwaar gezondigd had, de wereld zag den graaf van Viale met datzelfde opgeheven hoofd, met diezelfde onverzettelijkheid zijn weg bewandelen, waarmee zij hem altijd op het pad der eerzucht had zien gaan.

Bij den dichten sluier, die voor haar over zijn leven lag uitgebreid, kon zij daarover geen verwondering voelen; er was slechts één persoon die verbaasd dat onveranderde gelaat gadesloeg, het was de man, die er zooveel toe had bijgedragen hem de smart te bereiden, wier sporen hij ook uitwendig had hopen te zien. Voor Reinout was deze kalmte een ongedachte teleurstelling. Hij had den gehaten vijand zoo gaarne vernederd, en de middelen, die hij er toe bezat, alleen daarom niet gebruikt, omdat hij gemeend had ze in een hand te geven, die den smaad nog grooter zou maken; met toorn zag bij thans de wraak, die zij hem hadden kunnen verschalfen, verloren. Viale bleef de gevierde edelman, de gunsteling van hertog Alva;hij bleef zijn meerdere, waar hij reeds gehoopt bad verachtend op hem te kunnen neerzien. De teleurstelling was pijnlijk, en zij was niet de eenige. In Viales schande zou ook die van Edward liggen; wat hem 't meest ter harte ging, de overwinning op zijn mededinger, was nu onmogelijk gemaakt. Hij begreep diens overwegingen, bij