Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loodrecht omhoog gegroeid, de beide zijdelingsche hebben zich schuin opgericht; alle drie zijn rijkelijk bebladerd, en de bladeren der drie takken bedekken samen en overschaduwen dus een drie-, vier-, misschien tienmaal grooter oppervlakte dan do paar bladeren, aan welker voet zich in den afgeloopen zomerde knoppen hadden gevormd. Er is nu boven hot midden van het boompje, zooals het er uitzag in 't vorige jaar. om zoo te zeggen, een nieuw, rijk bebladerd en dichte schaduw werpend boompje opgegroeid.

Dat wederzijdsch in acht nemen van elkanders behoeften, dat men bij de door dezelfde plant gevormde leden in het afgeloopen jaar bij het enkelvoudige, nog onvertakte boompje waarnam, en waarop wij vroeger wezen, houdt hier op. De bladeren der topspruiten rangschikken zich wel zóó, dat wederzijdsche bena-

Ter zijde van Jon stam uitstekende tak van den Zweedschen Ahorn, Acer platanoiaes.

Zie blz. 50 en 54.

deeling niet plaats heeft, maar op de lager gelegen bladeren schijnt niet meer te worden gelet. Wat zullen nu de twijgen beginnen, die op gemiddelde hoogte van het hier bedoelde boompje uitgaan ? Als zij juist dezelfde richting wilden blijven behouden als de spruit aan den top, dan zouden ze komen in den dichten schaduwkring, dien de talrijke breede bladeren van die topspruit veroorzaken. Om daaraan te ontkomen, nemen zij een meer of minder horizontalen stand aan en groeien in deze richting zoo lang voort, tot hun bladeren buiten den schaduwkring liggen.

Het verdere gedrag van de buiten den schaduwkring geraakte, bebladerde takken is nu bij verschillende boomen en struiken zeer ongelijk. Hij een deel ervan, die wij de eerste groep zullen noemen, zoeken de buiten den sch a d u wkri ng geraakte t wij gen van de oudere, benedenste takk e n zich weer op te heffen en slaan een richting in, die bijna gelijk A. Kerner von Marh.aun, Het leven Jer planten. II. 4

Sluiten