Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar het groene weefsel zich alleen in de takken bevindt, zooals bij de bladerlooze planten met groene stengels, zijn die takken steeds veerkrachtig <m buigzaam, en om hun die eigenschap te geven, zijn stevige bastbundels, gevormd uit langgerekte, spoelvormige, dikwandige cellen van een vezelig aanzien, op geschikte plaatsen ingelasc-ht. Ook het houtlichaam in deze takken is zeer stevig, en de windstooten kunnen zulke roedevormige planten niet veel kwaad doen; stormen buigen hen soms bijna geheel ter aarde, maar als de windstoot voorbij is, heffen de takken zich dadelijk weer op en nemen ten gevolge van hun elasticiteit hun vroegeren stand ten opzichte van het licht weer in. De bundels bastcellen wisselen in vele gevallen, als b. v. bij de op blz. 403 en 404 van Deel I afgebeelde Spartium jimceum, met het groene weefsel zeer geregeld <if. en buitendien vertoont de inwendige bouw dezer takken allerlei inrichtingen, die een verbreking of ineendrukking van het groene weefsel verhinderen.

Evenals do stengels en takken hebben ook de bladeren in den aanvang de neiging, van den grond af loodrecht in den luchtoceaan omhoog te groeien, en er zijn zelfs veel planten, welker loof levenslang dien stand inneemt. Deze door lucht omgeven bladeren zijn natuurlijk aan windstooten en stormen in niet mindere mate blootgesteld, dan de opgerichte takken der roedevormige planten. Men moet bedenken, dat bewogen lucht boven den grond als een geweldige stroom in golven voortvloeit, en dat de stroomrichting in het algemeen evenwijdig is aan den grond. Plantendeelen. die meer of minder loodrecht zich boven den grond verheffen, hebben daarom de hevigste stooten van den wind te verduren. Vooral worden bladeren, welker oppervlakte rechthoekig op de richting van een storm is gericht, veel gemakkelijker gebogen en geknakt dan die, welker vlakte evenwijdig ligt met de richting van den luchtstroom. De uitwerking van den windstoot neemt toe met de grootte der er door getroffen oppervlakte; een rechtopgericht of van den stengel afstaand groot blad zal door den luchtstroom in veel sterker mate worden gebogen, dan een klein blaadje, dat als een schub tegen den stengel is gedrukt.

Op welke wijze kunnen nu van een groen blad, dat opgroeit naar het licht, rondom door lucht is omgeven en van alle kanten aan windstooten en regendroppels is blootgesteld, de gevaren worden afgeweerd, dat het breekt. Allereerst in elk geval door dezelfde vormingen, die voor de opgerichte groene takken der roedestruiken werden genoemd, dat is een geschikte ligging van het groene weefsel tusschen veerkrachtige vezelbundels van bastcellen, bevestiging door dikwandige houtcellen en andere celgroepen, waardoor aan de gansche plant, door de aanwending van zeer bescheiden middelen, een stevigheid wordt gegeven, die de dunwandige cellen van het groene weefsel alleen reeds om de functie, die zij vervullen moeten, nooit zouden kunnen hebben.

Maar ook de geheele gedaante en de stand van het blad moet voor de omstandigheden geschikt zijn en wel om de eenvoudige reden, dat een met het oog op de heerschende winden ondoelmatig opgebouwde plant schade zou lijden, en te gronde gaan en vroeger of later door andere, beter voor de

A. Kernf.r von Marilaun, Het leven der planten. II.

Sluiten