Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beeld. Als reusachtige zeeëgels, die aan het zeestrand liggen uitgespreid, leven deze in halfbolvormige groepjes groeiende planten op den met kleine steenen bedekten grond van de hooge steppe en zijn door hunne van de stammetjes en takken naar alle zijden afstaande, naaldvormige bladeren zoo goed beschermd, dat ze nooit, noch door gazellen, noch door andere daar weidende dieren worden aangevreten.

Bij den naaldvorm der bladeren sluit zich die vorm aan, dien men het best zou kunnen vergelijken met het wapen van den zaagvisch. In omtrek zijn de bladeren, die dezen vorm hebben, lijn- of lancetvormig, meestal zijn ze zeer lang, vaak ook een weinig naar buiten gekromd. Vele ervan zijn vleezig en verdikt, maar daarbij van buiten toch zeer hard en stijf. De aan de uiteinden uit vaatbundels te voorschijn komende punten gaan uit van beide randen van het blad en steken in het meerendeel der gevallen rechthoekig af van den rand, in enkele gevallen zijn ze naar voren gericht. Elk blad loopt uit in een dikken, spitsen stekel, als bij de Agave's, of in een bundel van vezels als bij Bonapartea en Dasylirion.

De tanden aan de bladeren der laatstgenoemde gewassen herinneren in gedaante, glans en kleur het meest aan de tanden der haaien en kunnen, als men er in intieme aanraking mee komt, geduchte wonden veroorzaken. Zeer rijk aan planten met zulke gewapende bladeren is liet hoogland van Mexico; daar is het vaderland der Dasylirion- en Bonapartea-soorten, alsook der Agave's en B rome 1 iaceeën, van welke laatste één soort, namelijk Aechmea paniculata, hiernevens is afgebeeld. Ook het Kaapland herbergt een reeks hiertoe behoorende vormen, met name uit het geslacht Aloë. Ook behooren tot Mexico en ZuidBrazilië Eryngium bromeliaefolium en pandanifolium met hun Agave-achtige bladeren. Merkwaardigerwijze bezitten ook verscheiden waterplanten, met name de [in onze slooten vooral in veenstreken veelvuldig voorkomende] Scheeren, Stratiotes aloides, zulke met stekels gewapende bladeren en zijn door deze inrichting tegen de aanvallen van plantenetende waterdieren vrij goed beveiligd.

Een derde, met doornen gewapende vorm van blad is die der distelen. Hier wordt het woord distel in den ruimsten zin genomen niet beperkt tot de soorten der geslachten Carduus en Cirsium, waarvgn een groep afgebeeld is op bid. 83. Men noemt namelijk distel blad eren al die bladeren, die meer of minder gelobd, gespleten of gedeeld zijn en aan den rand en de uiteinden der lobben, slippen en deelen stijve, stekende, afstaande stekels vertoonen. Zulke bladeren bezitten talrijke Samengesteldbloemigen of Cotnpositae, uit de geslachten Carduus, Cirsium, Chaniaepeuce, Onopordon, Carlina, Echinops, Kentrophyllum, Carduncellus, maar naast hen vertoonen veel Schermbloemigen of Umbelliferae datzelfde verschijnsel, bij voorbeeld Eryngium amethystinum, Echinophora spinosa, Cachrys spinosa; dan eenige Nachtschaden, bij voorbeeld Solanum argenteum, pyracanttios, riyescens; vele Cyadeae, als Zamia en Encephalartus en in zeer sterke mate de Acanthwssoorten, waarvan één soort, de in het Middellandsche gebied veel voorkomende Acanthus spinosissimus op blz. 84 is afgebeeld.

Sluiten