Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijna juist zoo is liet gestold niet verscheiden Sapindaceeën, bij voorbeeld met Serjania, waar zich 0111 den eersten kring van vaatbundels drie of meer nieuwe groeipunten vormen, van waar nieuwe vaatbundelkringen uitgaan.

Bij de liaan Thunbergia laurifoliu, welker doorsnede van den stengel te zien is op vorenstaande afbeelding in Fig. 1, wordt de bescherming op andere wijze bereikt. Hier zijn de groene stengels bol en de holte is door een dik en stevig merg omgeven. I11 den vaatbundelkring, die het merg omsluit, zijn reeds van het begin af hout en liet zachte deel van den bast niet, zooals anders gewoonlijk het geval is, in op elkander volgende concentrische kringen gelegen, maar hier scharen ze zich naast elkander. Het cambium vormt hier steeds naar binnen op de eene plaats zachte bastdeelen, on op de andere bout. Ten gevolge daarvan zijn dan de bundels zachte bastdeelen als in het hout ingemetseld en op deze wijze ook tegen samendrukking beveiligd, waartoe ook nog de omstandigheid bijdraagt, dat deze lianen van binnen hol zijn, wat over 't geheel zelden bij slingerplanten voorkomt.

Soms is voor do zachte bastdeelen ook hierin een bescherming tegen hot samendrukking gelegen, dat zij aan den omtrek van het houtlichaam in nissen en gleuven van het vaste hout liggen, een geval, dat met name bij veel klimplanten 011 slingerplanten voorkomt, dio tot do Asclepiadaceeën on Apocynaceeën behooron.

Een dor merkwaardigste beschuttingsinrichtingen vindt men bij de, mot bundels luchtwortels op de onderlaag groeiende klimplant Tecomu radicans, welker bladerlooze takken voorgesteld worden op blz. 137 011 van welke Fig. :? van vorenstaande afbeelding een doorsnede door den stam te zien geeft. De jonge takken, groeiende tegen een muur, waaraan zij zich mot hun wortels vast hechten, zijn in doorsneê elliptisch en aan twee kanten altijd een weinig samengedrukt; de schors bestaat uit do opperhuid, twee daaronder liggende lagen elastisch parenchym 011 eene laag groene cellen. Daaronder volgt de ring van zachte bastdeelen (bastparenchym 011 zeefvaten), waartegen van buiten bundels bastvezels zijn geplaatst, verder cambiumring met houtring en in 't midden oen sterk ontwikkeld merg, dat door den houtring hoon één of twee rijige mergstralen uitzendt.

lot zoo ver zou do rangschikking der verschillende weefsels niets bijzonder in t oog vallends hebben en overeenstemmen met dio van jonge takken bij veel houtige planten. Maar merkwaardigerwijze zijn hier aan de binnenste, naar het merg gekeerde zijde van den houtring nog weer reeksen cambiumcollen gevormd, die naar buiten hout. naar binnen zachte bastdeelen doen ontstaan. De bestanddoelen van dit woeke bastgedeelte, (zeefvaten en bastparenchym,) vormen aanzienlijke bundels, die naar hot merg toe uitspringen 011 hier in het inwendige der-stengels togen zijdolingschen druk uitstekend zijn beschut, 011 dus ongehinderd hunne taak kunnen vervullen. Mochten de voor hot vervoer bestemde cellen 011 zeefvaten van don buitensten bastring den dienst weigeren, dan blijven nog altijd deze binnenste bundels over, 0111 de plastische stoften te vervoeren.

Sluiten