Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

on komt aan do randen van het firnveldje in den vorm van kleine wateradertjes te voorschijn. De benedenste tot ijs geworden laag van het sneeuwveld ligt, wel is waar, dicht tegen den grond aan, maar is er nergens aan vast gevroren. Het over den met ijs bedekten bodem afvloeiende smeltwater heeft de temperatuur van 0°. Bovenop in de doorweekte, verschuifbare laag van liet kleine sneeuwveld vindt men dikwijls hommels en bijen en vlinders, die er den dood hebben gevonden, en ook door de stormen aangewaaide doode blaadjes van Alpenplanten on het op blz. 38, 90 en 325 van Deel I besproken atmosferische stof (kryokoniet), dat zich in den vorm van donkere banden en vlekken voornamelijk langs den rand van het sneeuwveld vertoont. Ook aan levende wezens ontbreekt het niet. Af en toe vertoonen zich de cellen van Sphaerella nivalis, de wiersoort, die de roode sneeuw veroorzaakt en vroeger, op de gekleurde plaat op blz. 29, van Deel 1, is afgebeeld, en die hier enkele plaatsen vuilrood kleurt, terwijl kleine zwarte insecten, de onder den naam (iletschervlooi en bekende soort van Springstaarten, zich op de door atmosferisch stof vuil geworden plekken bewegen.

Maar ook onder het firnveld is leven. Uit het door 't smeltwater bevochtigde aardrijk steken de bloemknoppen der sierlijke Soldanella's op, vooral van de in zulke sneeuwophoopingen bij duizenden groeiende lichtpaarse Kleine Alpenklokjes, Soldanella pusilla, die reeds in het vorige jaar werden voorbereid, maar welker stengeltjes toen slechts enkele millimeters lang werden. Deze stengeltjes groeien nu feitelijk in een temperatuur der omgeving van 0° boogvormig omhoog; de door hen gedragen bloemknoppen worden daardoor opgetild en komen met de onderste, naar den grond gekeerde zijde van het firnveld in aanraking. De bloemknoppen groeien vrij snel en nemen een violette tint aan. Die groei heeft plaats op kosten van den voorraad stoffen, die de Soldanella's den vorigen zomer geproduceerd en gedeeltelijk in de altijdgroene, leerachtige, vlak op den grond liggende bladeren, gedeeltelijk in de korte, in den grond verborgen wortelstokken hadden bewaard.

Die reservestoffen moeten nu als bouwstoffen worden gebruikt en om dit mogelijk te maken, ze dus in 't vervoer op te nemen, naar de plaatsen van verbruik te brengen en daarvoor het noodige arbeidsvermogen beschikbaar te krijgen, wordt een gedeelte ervan voor de ademhaling verbruikt. De bij deze ademhaling vrij wordende warmte smelt, in de onmiddellijke omgeving der zich vergrootende bloemknoppen, het korrelige ijs van het sneeuwveld, t welk de groeiende Alpenklokjes bedekt. Dit heeft tengevolge, dat zich boven eiken Soldanellaknop een holte vormt in het ijs, of beter gezegd, dat elke Soldanellaknop als door een kleinen ijskoepol overwelfd wordt. Nog altijd groeit echter de stengel in de lengte; de door hem gedragen ademende en warmte vrij makende bloemknop wordt daardoor in de koepelvormig uitgeholde ruimte opgetild en er in vooruitgeschoven. Zij veroorzaakt daar opnieuw een smelting van het ijs en een verlenging van de holte en baant zich aldus zelf een weg door de ijslaag naar boven.

Eindelijk heeft zich op die wijze de ademende en warmte ontwikkelende

Sluiten