Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blijft vrije atmosferische zuurstof aanhoudend uit, dan gaan de in zulke buitengewone' omstandigheden geraakte planten te gronde aan uitputting en sterven den dood door verstikking.

Het is nu echter ook mogelijk, dat levende planten komen in eene omgeving, waarin wel geen vrije zuurstof aanwezig is, maar waar gebonden zuurstof voorhanden blijkt te zijn. Gesteld hot geval, dat men een plant, die, tot nu toe door dampkringslucht omgeven, de daarin vervatte zuurstof voor de ademhaling gebruikte, dompelt in een suikeroplossing, waarin, wel is waar, geen vrije zuurstof, maar veel met koolstof en waterstof verbonden zuurstof gevonden wordt. Zou zulk een plant in staat zijn, zuurstof aan de suiker te onttrekken en voor zich aan te wenden ? In de meeste gevallen zeker niet. In enkele gevallen echter bezit het levende protoplasma feitelijk het vermogen, de vloeibare zuurstofhoudende verbindingen uit de omgeving te ontleden, daaruit de tot voortzetting van liet eigen loven noodige zuurstof zich te verschaffen en ook nog andere bij de ontleding uit hun verbinding losgemaakte stoffen ten eigen bate aan te wenden. Dit proces heeft met de ademhaling een groote gelijkenis. Feitelijk worden hierbij met behulp van de aangetrokken zuurstof koolstofverbindingen verbrand, wordt kooldioxyde uitgeademd en warmte vrij gemaakt. De plantencel, welker levende protoplast dat alles volbrengt, blijft in leven, gedijt, groeit en vermenigvuldigt zich zelfs op verrassende manier. Wij noemen echter dit proces niet meer ademhaling, maar gisting.

Onder do planten, die het vermogen bezitten, gistingen te veroorzaken, mag men zich geen groote, bebladerde planten voorstellen. Het zijn integendeel alle zeer kleine, weinig beteekenende en zij behooren zonder uitzondering tot die sporeplanten, die geen chlorophyl bezitten en die men gewoonlijk samenvat onder den naam zwammen. In 't bijzonder behooren ertoe do vier groepen 1". splijtzwammen of bacteriën, schizomyceten, 2°. gist- of spruitzwammen, saccharomyceten, 3". schimmels, of niiicoroceeën en 4°. basidiomyceten, waartoe o. a. de roest zwammen gerekend worden en van welke verschillende soorten, in bepaalde ontwikkelingsstadiën, in staat zijn, gistingen teweeg te brengen.

Wat de eerste groep, namelijk de Splijtzwammen of Schizomyceten betreft, hun belangrijkste kenmerken en eigenschappen zijn reeds op blz. 104 van Deel I aangegeven, en do reeks hunner vormen is op de afbeelding van blz. 195 vertoond. De hier in aanmerking komende soorten kunnen leven en zich vermenigvuldigen, zonder dat ze gebruik maken van de vrije zuurstof uit den dampkring. Zij verkrijgen de daartoe noodige stoffen, doordien zij in hunne onmiddellijke omgeving een gisting, n.1. een splitsing van de koolhydraten en de eiwitachtige verbindingen teweegbrengen. Al naar de samenstelling van het door splijtzwammen aangevallen lichaam, en al naar de soort, waartoe de hunne verwoestende werkzaamheid aanvangende splijtzwammen behooren, levert de gisting zeer verschillende producten en wordt ook voor onze zintuigen op zeer uiteenloopendo wijzen merkbaar.

In vele gevallen ontstaan ten gevolge der gisting kleurstoffen,

Sluiten