Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzoeken en ze zich trachten aaneen te sluiten, de tijd der paring, die echter in vergelijking met de periode van het afzonderlijk leven als geïsoleerde proteplast, maar zeer kort duurt.

Ook overigens valt een zeker bijeen behooren van de uit één cel voortgekomen, doch van elkaar gescheiden individuen niet te miskennen. Zooals men sommige rupsen, die uit de door een vlinder gelegde eieren kruipen, zich niet ziet verspreiden, maar bijeen ziet blijven, 0111 gezamenlijk voort te trekken of in een spinsel te wonen, zoo ziet men ook zwermen van het B10 e d w i e r, Sphaerella pluvialis, in groepen van de eene plaats naar de andere zwemmen en een geschikte plaats voor vestiging uitkiezen. Ook de afzonderlijke cellen der Diatomaceeën en Desmidiaceeën vormen zulke in beperkte ruimte levende familiën en men moet bij hen een soort van zin voor bloedverwantschap, een soort van familiezwak veronderstellen, evenals bij de uit kuit van een visch voortgekomen gezellig door het water zwemmende jonge vischjes of bij de gelijktijdig geboren, in de avondzon op en neer dansende muggen, een familiezin, die de afzonderlijk levende wezens bijeenhoudt, al weten wij niet het rechte van de betrekking tusschen deze lichamelijk gescheiden organismen.

Wanneer de genetisch bij elkander behoorende, maar als op zich zelf staande individuen levende protoplasten, juist als rupsen, muggen, sprinkhanen, visschen en dergelijke gezamenlijk van plaats kunnen veranderen, dan noemt men hun gemeenschap een zwerm; als zich daarentegen de geïsoleerde individuen dicht naast elkander op een onderlaag hebben vastgezet en daar voor levenslang een zekere beperkte ruimte innemen, spreekt men van een kolonie. Vele ééncellige Pal mellaceeën, Desmidiaceeën en Diatomaceeën leven in zwermen; de talrijke Sipli onaceeën daarentegen alsook de soorten van de geslachten Synei/ra en Goni[ihonema uit de familie der Diatomaceeën leven in koloniën. Zulke koloniën hebben menigmaal een grooten omvang. De op den bodem der zee op steenen en schelpen aanwezige Acetabuhiria's, de blazig gezwollen Cait/er/ta's, de op mossen gelijkende vormen van Bnjopsis en de donkere soorten van ('odium vormen, bij duizenden naast elkaar gerangschikt, zeer uitgebreide koloniën, en ook de in koude bergbeken en op vochtige aarde levende Vaucheriaceeën doen zich als omvangrijke kussens voor en als over een heele uitgestrektheid den grond met een groen vilt bedekkende koloniën.

Naast zwermen en koloniën heeft men dan nog de gemeenschap, waarin de genetisch samenhangende protoplasten tot één lichaam met elkander zijn verbonden. De gemeenschap is weer onderscheiden, al naar gelang de afzonderlijke protoplasten, die haar vormen, geen celwand hebben of wel door zulk een omhulsel omgeven zijn.

In hot eerste geval smelten de protoplasten samen tot een massa, waarin men de grenzen der afzonderlijke individuen niet meer kan herkennen, zooals met name bij de slijm zwammen het geval is. De uitdrukking samensmelten kan hier niet het volste recht in beeldspraak worden gebezigd: want inderdaad herinnert het proces levendig aan het samensmelten van vloeibare metalen bolletjes tot een grootere metaalmassa of aan het versmelten van talrijke op

Sluiten