Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgen, voldoet, als wij de verschillende vormen, zoo goed als het dan gaat, samenvatten en indeelen.

De gemengde verbonden, zooals zij worden voorgesteld op bovenstaande afbeelding, zijn overigens ook in zoo ver van bijzonder belang, dat ze in zekeren zin als voorbeelden kunnen dienen voor de vormen der hoogere planten, voor die zoo ingewikkelde vormen, die de botanici uit vroegere tijden bijna uitsluitend hun aandacht waard keurden, als er sprake was van de gedaante der planten, en die bij voorbeeld in Goethe's Leer der Metamorphosen eenig en alleen worden behandeld. Wij zeggen echter uitdrukkelijk slechts als „voorbeelden", want bij een consequente doorvoering der hier beproefde voorstelling van do opeenvolgende trappen, tusschen de eencellige plant en de volledige veelcellige plantenindividuen, mogen deze laatsten, die wij op de volgende bladzijden zullen beschrijven, niet op één lijn gesteld worden met de gemengde verbonden, die bij de mossen zoo dikwijls worden waargenomen.

Zulk een plan te 11 individu der hoogere planten is steeds geleed, en elk lid is uit celgemeenschappen va'11 de meest uiteen!oopende soort samengesteld. I11 deze omstandigheid ligt ook het verschil met de vroeger besproken vormen. De leden van een enkelvoudig, zoowel als van een gemengd verbond zijn eenvoudige celgemeenschappen nl. celreeksen, celplaten en dergelijke; de leden van een plantenindividu, als nu bedoeld, zijn daarentegen combinaties van celreeksen, celplaten, celnetten en celweefsels. De in een lid van zulk een plant gecombineerde celgemeenschappen hangen door hun ontwikkelingsgeschiedenis met elkander samen. Altijd is een cel het uitgangspunt voor eenig lid der plant; zij verdeelt zich, de deelen splitsen zich weer en uit de afzonderlijke cellen ontstaan hier plaat-, daar weefselvormige celgemeenschappen; op de eene plaats celreeksen, op een andere celnetten, die zich echter'niet afzonderen, maar te zamen blijven en wonderbaar goed ingerichte kleine bouwwerken vormen. Het resultaat van deze vormingsprocessen is dan een uit de verschillende celgemeenschappen samengesteld lid van een plant, met een zeer nauwkeurig bepaalden inwendigen bouw, met een bepaalde uitwendige gedaante en wat vooral moet opgemerkt worden, ook met een zeer nauwkeurig bepaalde taak ten behoeve van het leven der geheele plant.

Trots de velerlei vormen, die de uit verschillende, door elkander geplaatste celgemeenschappen bestaande leden der plant, bij de vele duizenden plantensoorten vertoonen, kan men ze toch tot eenige weinige grondvormen, namelijk tot blad, stengel en wortel, terugbrengen. Deze leden der plant zijn inde meeste gevallen zóó gegroepeerd, dat de stengel het uitgangspunt en den drager vormt van de verschillende bladeren en wortels. I11 den eenvoudigsten vorm doet zich de afzonderlijke plant voor als kiem of embryo, en als knop. De laatste bestaat uit een zeer korten, met dicht boven elkander gelegen bladeren bezetten stengel en groeit later uit tot een loot of spruit, die in bouw overeenkomt met de knopdragende moederplant en er feitelijk een herhaling en verjonging van is. Blijven de jonge planten aan de oude verbonden, dan heeten ze takken. De takken kunnen opnieuw knoppen en deze weer takken vormen, en op die wijze

Sluiten