Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daardoor de haren aan de rechterzijde van het kafje nog meer aangedrukt, maar die aan den linker kant worden daarentegen een weinig vrijgelaten en opgelicht. Deze laatste drukken tegen de zich boven lien bevindende deeltjes aarde en werken als hefboomen, waardoor het gelieele kafje, gelijktijdig met hot buigen naar rechts, ook wat dieper in den grond wordt gedrukt. Als het kafje later naar den tegenovergestelden kant, namelijk naar links wordt gedrukt, worden de haren der linkerzijde ertegen aan gedrongen, terwijl die der rechterzijde worden opgelicht, en terwijl ze zich als kleine hefboomen aandrukken tegen de zich erboven bevindende deeltjes aarde, wordt het kafje of wel haar puntje, weer wat dieper den grond in gedreven.

Dezelfde uitwerking kunnen wij overigens opmerken bij iedere schommelbeweging, dus ook dan, als het gelieele kafje naar voren of naar achteren wordt gebogen, en het is alleen de vraag, waardoor die veranderingen van stand van de in den grond gestoken kafjes, die een met horten en stooten verder indringen van het spitsje in den grond bewerken, kunnen worden teweeggebracht. Een blik op do nevenstaande afbeelding leert, dat iedere slechts eenigszins krachtige luchtstrooming, die het lange veerachtige doel van de kafnaald treft, dadelijk ook een verandering in den stand van het in den grond geplaatste puntje ten gevolge moet hebben. Zooals de windvaan op de nok van een huis bij hevigen wind uit het Oosten niet ongestoord naar één richting wijst, maar vaak kortstondige afwijkingen vertoont naar het Noorden en Zuiden, zoo worden ook de in den Oostenwind fladderende veêrvormige kafnaalden af en toe voor oogenblikken naar het Noorden en Zuiden afgeleid, en die verandering in richting heeft dan ten gevolge, dat ook het in den grond geplaatste kafje naar verschillende richtingen wordt gebogen. Bij liet veranderen van windrichting zal natuurlijk de afwisseling in de richting van de veêrvormige kafnaald en in zoo ver ook do buiging van het kafje nog opvallender aan den dag treden en een schommelende beweging van het kafje zal natuurlijk een noodwendig gevolg zijn.

Zoo wordt door het wapperen van de veêrvormige kafnaald naar de verschillende richtingen van de windroos, het in de aarde vastgezette kafje nu eens naar deze, dan naar gene zijde gebogen, en daar do verandering van den buigingshoek telkens ook met stootjes een doordringen van het kafje in de diepere lagen van de aardkorst meebrengt, is dus eigenlijk de wind do drijfkracht, waardoor de in het opgerolde kafje besloten vrucht in den grond wordt gedreven. Nu hebben echter de kafnaalden dezer grassen nog twee andere eigenaardige inrichtingen. Zij zijn namelijk, onder liet van haren voorziene veêrvormige gedeelte, tweemaal knievormig gebogen, en buitendien nog schroefvormig gedraaid, als een kurketrekker. Dit dubbel knievormig gebogen en buitendien nog gedraaide deel der kafnaald is zeer hygroscopisch; bij regen verdwijnen de knievormige buigingen bijna geheel, de kafnaald strekt zich en wordt recht, terwijl de schroef zich bij vochtig weder los windt en bij droge lucht zich stijver in elkaar draait. Zooals te begrijpen is, worden die bewegingen op het kafje overgebracht en veroorzaken veranderingen in zijn stand, wat weer een verder doordringen van het puntje in den grond ten gevolge heeft.

Sluiten