is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fceb 1 aderde punten en trekt men ze op van hun leger, dan kan men zich overtuigen, dat de loten, die eenige, soms verscheiden jaren oud zijn, nog steeds geen wortels hebben gekregen.

Als zulke stengels zich hebben vertakt en zich met hun takken in verren omtrek hebben uitgebreid over den grond, dan ontstaan geheele tapijten, die zich van den grond of van de rotsterrassen als een samenhangend geheel laten optillen, zooals men bij voorbeeld bij de Berendruif, Actostciphylos TJva Ursi, en bij de Rosacee Dryas octopetala kan waarnemen. Het valt in 't oog, dat een groot aantal der hiertoe behoorende soorten bladeren bezitten, die in den winter groen zijn, en in dit opzicht moet worden gewezen op Azalea procumbens,

op de Veenbes, Oxycoccos palustris en op de reeds bovengenoemde Kogelbloem, Globuloria cordifolia.

Bij den tot nu toe behandelden liggen<1 e n stengel, caulis prostratus, sluit zich onmiddellijk aan de kruipende stengel, caulis repens. Deze wordt niet houtig, ook dan niet, als hij de bladeren heeft verloren, en hij ontwikkelt op zijn knoopen veel wortelvezels, die in den grond dringen en den stengel dikwijls beslist in den grond, of, zooals bij Hyd rocotyle vidyaris, Waternavel, in het slijk trekken. Nevenstaande afbeelding stelt laatstgenoemde |ook in ons land vrij algemeene] plant voor. De oudere jaarloten blijven bij deze planten niet zoo lang in stand als bij die met houtig wordende liggende

stengels; zij sterven gewoonlijk na drie, vier jaren, verrotten en verdwijnen van de vroeger dooi' hen ingenomen plaatsen. Het maakt dan den indruk, alsof de geheele stengel verschoven was, alsof hij in de richting van het groeiend eind was voortgekropen. Wanneer aan oudere stukken van den stengel de plaatsen, waar vroeger bladeren hebben gezeten, door dwarsloopende litteekens en randen zijn aangeduid, gelijken deze stengels wel eenigszins op kruipende wormen en rupsen. Zeer merkwaardig zijn in dit opzicht de over vochtig gesteente, aan den rand van bronnen en beken voortkruipende, bruinroode stengels der Californische Saxifraya peltata. Maar ook de stengels van de Mansoor, Asarum, van de moerassen bewonende Waterklaver, Menyanthes trifoliata, van S1 angenworte 1, Calla palusti'is, en vele klaversoorten, bij voorbeeld de Witte Klaver, Trifolium repens, [die allen, hoewel Asarum zeer zeldzaam, ook in ons land te vinden zijn |. brengen den indruk teweeg, alsof er wormen over den grond kropen.

Op deze eerste groep van planten met liggenden stengel volgt een ticeede, die daardoor gekarakterizeerd wordt, dat alleen de aan de nieuwe loten aan-