Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de tropische Passiebloemen, niet enkel de uitgestoken, jonge ranken, maar ook de toppen der takken, waarvan de ranken uitgaan, in een kring draaien, waardoor de door de ranken doorloopen ruimte verwijdt wordt en de waarschijnlijkheid, een steunsel aan te treffen, vergroot. Zijn de ranken vorksgewijs gedeeld, dan maakt elke vorktak zijn eigen slingerende bewegingen, zooals men o. a. aan de ranken van den Wijnstok kan zien. Het aantal omloopen, die een slingerende rank of een slingerende ranktak maakt, is al naar de soorten zeer verschillend, ('obaea scandens heeft voor één omloop niet meer dan 25 minuten noodig; l'assiflora sicyoides 30 tot 46 minuten; Vitis vinifera 67 minuten.

Ook de snelheid, waarmee zich de ranken krommen, ten gevolge van den door vreemde lichamen uitgeoefenden druk, die als prikkel werkt, is al naar de soorten zeer uiteenloopend. Bij Cyclanthera j/edata begint de kromming ten gevolge van aanraking met een stevigen stok reeds na 20 seconden; bij Passiebloemen, bij voorbeeld l'assiflora yracilis en l'assiflora xicyoides, na iets meer dan een halve minuut; bij Cissus discolor na 4 tot 5 minuten. Verwijdert men den aanrakenden stok, dan wordt het gekromde gedeelte langzamerhand weer recht. Houdt men de rank duurzaam ermee in {aanraking dan gaat de kromming gelijkmatig verder; bij Cyclanthera pedata, is in 4 minuten reeds de eerste volkomen lus om den stok gelegd; bij andere duurt het daarentegen verscheiden uren, ja zelfs 1 tot 2 dagen. Gewoonlijk stelt de rank zich niet tevreden met het aanleggen van één of twee lussen, maar vormt zij er meer. l)e lussen liggen zeer dicht tegen den aangevatten stok en voegen zich onder het groeien als een plastische massa naar al zijne oneffenheden en inzinkingen; zelfs dringt het weefsel binnen in kleine scheuren en spleten, en als men de rank losmaakt van hare onderlaag, ziet men op de plaats van aanraking een duidelijken afdruk van alle oneffenheden van bet steunsel.

Bij vele soorten, zoo bij voorbeeld bij Bauhinia bracltycarjiu, /Ianburi/a Mcxicana, Uncaria ovalifolia en verscheiden soorten van het geslacht J'aullinia, ontstaan op de plaats van aanraking ook woekeringen van een eigenaardig weefsel, callus genaamd, van denzelfden aard als dat hetwelk hij verwondingen van planten ontstaat en daarom ook wel wond weefsel genoemd wordt. Dit cal 1 us-weefsel bestaat uit groote, dunwandige, saprijke, los aaneengevoegde cellen.

De einden der ranken zijn, zooals reeds werd gezegd, haakvormig gebogen, waardoor het aanvatten van het bij 't draaien in een kring aangeraakte voorwerp zeer wordt vergemakkelijkt. Soms loopen de ranken ook wel in volkomen klauwen uit. Bijzonder sierlijk zien de ranken eruit bij de in Mexico inheemsche, in onze tuinen veel als sierplant voorkomende Cobaea scandens. Die zijn in drie grootere takken verdeeld, elke tak splitst zich driemaal en eindigt in acht korte, haarfijne, wijduitstaande takjes, en elk dier takjes draagt een dubbel klauwtje, welks toppen zich bij de minste aanraking dadelijk vasthaken en zelfs aan de huid van een menschelijke hand blijven hangen.

De meeste ranken zijn gedeeld. Ongedeelde, enkelvoudige draden, zooals de op blz. 418 afgebeelde Bryonia of Heggerank heeft, komen betrekkelijk

Sluiten