Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zelden staan de bloemen elk afzonderlijk, in de meeste gevallen zijn ze tot groepjes vereenigd, en men noemt zulk een vereeniging een bloeiwijze, bloemgroep of inflorescentia. Met het oog op de plantenbeschrijving heeft zich de behoefte doen gevoelen, de verschillende bloeiwijzen met korte namen aan te duiden, en zoo werd er een eigen terminologie geboren, die tot het beste behoort, van wat wij aan de botanici van 't eind der 18de eeuw te danken hebben. Jammer genoeg is zij in den nieuweren tijd, door het invoeren en in de plaats stellen van een groot aantal uit het Grieksch afkomstige, zeer geleerd klinkende en volkomen overbodige namen niet alleen niet verbeterd, maar zeer moeilijk hanteerbaar en lastig geworden. Deze terminologie in alle bijzonderheden te volgen, ligt niet in het plan van dit werk. Hier zij het voldoende, dat wij de meest in 't oog vallende vormen der bloeiwijzen met hun sedert oude tijden het burgerrecht verkregen hebbende namen in een overzicht meedeelen.

Bij de beschrijving der bloeiwijzen is men genoodzaakt, herhaaldelijk de woorden hoofdas en zij as te gebruiken, en 0111 misverstand te voorkomen, is het noodig, erop te wijzen, dat de hoofdas van een bloeiwijze, dat is dus het gedeelte van den stengel, waarvan de bloemstelen uitgaan, slechts in weinige gevallen de rechtstreeksche voortzetting is van den stengel, welke uit den knop van den kiemstengel is voortgekomen en die de eerste eigenlijke hoofdas van de geheele plant vormt. Zelfs bij de hyacinthen is het groene deel, dat zich uit den grond verheft en dat aan zijn bovengedeelte een aantal bloemstelen draagt, niet de eigenlijke, oorspronkelijke hoofdas, maar een zijas. die uit den oksel van een schub of blad van den bol onder den grond ontspringt. Men is echter gewoon, dat stengeldeel als hoofdas aan te duiden, dat in zekeren zin de leiding op zich heeft genomen in een bepaald .stengelgedeelte en dat in de oksels zijner bladeren knoppen vormt, die dan tot zijassen worden. Het woord hoofdas is dus in betrekkelijken zin te nemen; met betrekking tot zijn zijassen geldt liet bedoelde stengeldeel als hoofdas, maar met betrekking tot den stengel, waaraan het zelf zijn oorsprong dankt, moet het als zijas worden beschouwd. Om de voorstelling der verschillende bloeiwijzen te vergemakkelijken en de beschrijvingen te kunnen bekorten, is het raadzaam, de hoofdas, waarom zich alle afzonderlijke bloemstelen als 0111 een gemeenschappelijk centrum groepeeren, of die op in het oog vallende wijze de leiding van het geheele assenstelsel heeft op zich genomen, nog afzonderlijk als bloem spil aan te duiden.

Men heeft de infloreseentiën ter wille van het overzicht in twee groepen verdeeld, in centrifugale of middelpuntvliedende en centripetale of middelpuntzoekende; de eerste noemt men ook wel bepaalde of cymeuse bloeiwijzen, de centripetale daarentegen onbepaalde of botrytische.

I11 de centrifugale bloeiwijzen is de bloemspil door een bloem afgesloten, die tot middelpunt wordt van de geheele bloeiwijze. Naast deze bloem ontwikkelen zich ter zijde ervan twee of drie jongere bloemen, welker assen Jieneden de eerst aangelegde bloem uit de bloemspil ontspringen. Aan

Sluiten