Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

water en voedingszouten behoeven. Men neemt deze wortelvormingen vooral waar bij klimplanten, welker oudste, benedenste stengelleden afgestorven zijn en die dan met den grond niet meer in rechtstreeksche verbinding staan, maar welker groote bladeren een veel aanzienlijker hoeveelheid water noodig hebben, dan ze zouden kunnen krijgen uit de tot steun dienende boomstammen. Als voorbeeld hiervan kunnen dienen de Aroïdeeën met groote bladeren en koordvormige luchtwortels, die op de afbeelding tegenover blz. 448 van Deel I te zien zijn. Somtijds worden zulke vormingen ook luchtwortels genoemd, maar wie vasthoudt aan bovengenoemde onderscheiding, zal ze met meer recht moeten beschouwen als eigenaardig gewijzigde grond wortels. Daar men overigens herhaaldelijk heeft opgemerkt, dat de luchtwortels van sommige Orchideeën, met name die van het geslacht Vanda, als zij met de aarde in aanraking komen, daarin binnendringen en den bouw van grondwortels aannemen, bestaat er tusschen lucht- en grondwortels geen scherpe grens, en het blijkt hier, zooals zoo dikwijls, dat deze indeelingen kunstmatig zijn.

De wortels der woekerplanten, radices /Mirusiticne, dringen binnen in het levend weefsel van de voedsterplant en zuigen er de stoffen uit, die zij zelve noodig hebben en die hun stengel voor zijn verderen bouw behoeft. Zij worden ook wel haustoriën genoemd en zijn knobbel-, of schijfvormig, óf ze vormen zoogenaamde boor wortels, en soms herinneren ze ook wel aan een vlechtwerk van hyphen of draden. Nu eens ontstaan ze ter zijde van een stengel boven den grond, dan weer aan een stengel onder den grond. Vaak ook komen zij als zijtakken uit onderaardsche wortels te voorschijn. Hun bouw en verschillende gedaanten zijn op blz. 21."» tot 257 van Deel I uitvoerig geschetst.

Men verdeelt de wortels, voor zoo ver zij de plant vasthouden in haar eenmaal aangenomen stand, in hecht- en steun wortels. H echtwortels, radices adliyantes, zijn eigenlijk alle wortels, welker zuigcellen zich met de onderlaag zoo stevig verbinden, dat een verschuiving slechts mogelijk is bij aanwending van vrij wat kracht. Zelfs de drijvende wortels, kunnen, in zooverre ze zich aan het water hechten en daardoor een zekere stabiliteit aan de geheele plant geven, als hechtwortels worden beschouwd. Het Eendenkroos, Lemna, dat zijn lange, schroefvormig gedraaide, in bundels bijeenstaande wortels in het water laat neerhangen, wordt door den stoot van den wind niet zoo licht uit den eenmaal aangenomen stand gebracht. De met hunne zuigcellen aan de vaste partikeljes aarde gekleefde, onderaardsche wortels binden natuurlijk de plant, waarbij ze behooren. veel hechter aan de onderlaag. Kr ontstaat door die vereeniging van wortels en deeltjes aarde een compacte, moeilijk te verwrikken massa, en liet is voldoende bekend, dat losse grond door planten met druk vertakte en ver zich uitspreidende wortels steviger wordt, of, zooals men pleegt te zeggen, vastgehouden wordt, en dat sommige grassen tot bevestiging van stuifzand worden aangewend.

Als in plantenbeschrijvingen van hechtwortels wordt gesproken, worden meer echter in t bijzonder die wortels bedoeld, waardoor bovenaardsche stengels met een of ander steunsel zijn verbonden, zooals bij voorbeeld de korte hecht-

A. Krrxkr von Marilaun. Het loven der planten. II. 32

Sluiten