Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieden van de wortels ook een verschillende rangschikking van de cellen en weefsels beantwoordt en dat in het bijzonder de steun wortels, die in hun functies de meeste overeenkomst hebben met rechtovereindstaande stengels, dus ook. wat hun inwendigen bouw betreft, op rechtopstaande stengels gelijken, terwijl de in den grond gelogen wortels daarentegen, die met de plat neerliggende en onder de aarde gelegen stengels zooveel overeenkomst vertoonen, wat hun inwendigen bouw aangaat, op deze laatste gelijken. I)e zuil wortels zijn feitelijk in hun inwendigen bouw van rechtopstaande stengels in 't geheel niet te onderscheiden, en ook de steltwortels vertoonen een groepeering der cellen en vaten, welke met die der rechtovereindstaande stengels vaak veel meer overeenstemt dan met die van onderaardsche wortelstokken.

Bij de tot de Clusiaceeën behoorende Fnojntm obomta onderscheidt zich de rangschikking der cellen in den rechtopstaanden stengel van die zijner steunende steltwortels alleen daardoor, dat het merg en het houtgedeelte der vaatbundels iets sterker zijn ontwikkeld, maar overigens is er in 't minst geen verschil te bespeuren. De steltwortels van de hiernaast afgebeelde Rhizophor» roiijut/afa vertoonen eveneens eene groepeering der cellen en vaten, als bij stammen voorkomt. In het midden vindt men een dik merglichaam, dat is omgeven door talrijke vaatbundels, die samen een houtcylinder vormen en door steunend weefsel worden vergezeld; daarop volgen naar buiten nog kurk en hvpodermale (onderhuidsche) bastbundels, en een opperhuid, die een dikke cuticula bezit, dus juist dezelfde plaatselijke verdeeling, die de stevigheid geeft aan rechtopstaande stengels, .la, bij deze steltwortels van de Mangroven of Wortel boom en vindt men zelfs de stevigheid nog vermeerderd door een eigenaardig weefsel, namelijk door zoogenaamde trichoblasten, wonderlijk dooreengeslingerde, cylindervormige cellen met zeer verdikte wanden, welke zoo hard zijn, dat men ze met het scherpste mes nauwelijks kan doorsnijden.

Bij de Mangroven en ook bij de vroeger genoemde Clusiaceeën zijn de steunende wortels in vergelijking met den gesteunden stam dik en ver uitgespreid, vormen een omvangrijken onderbouw, vervangen, wat de bevestiging in den grond betreft, volkomen den rechtopstaanden, betrekkelijk zwakken stam. en behoeven alleen stevigheid en weerstandsvermogen tegen buiging te bezitten. I)e rekbaarheid komt bij deze wortelvormingen bijna niet in aanmerking. Anders is het gesteld met die planten, welker steltwortels een stam met rijkbobladerde, groote kroon hebben te steunen, en waarvan de op blz. 503 afgebeelde l'nniliiiius als voorbeeld kan dienen. Zoodra een luchtstroom op de massale, zware kroon en den haar dragenden rechtopstaanden stam inwerkt, zoodat deze schudt, worden de naar alle zijden als stutten tegen den stam gezette wortels afwisselend nu eens op de proef gesteld naar hun stevigheid en hun weerstandsvermogen tegen buiging, dan weer naar hun vermogen 0111 uitrekking te weerstaan. Waait de wind uit het Noorden, dan zullen door den naar het Zuiden nijgenden stam de aan den Zuidkant ontspringende steunwortels een drukking ondervindon, die tracht hen te buigen, terwijl de aan den Noordkant ontspringende

Sluiten