Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheid tusschen wortel en stengel te beschouwen, dan zal hij de steunsels van den Mangrovestam als geotropisclie zijstengels qualificeeren; een ander, die er bijzonder veel gewicht aan hecht, dat de wortels achter hun voortgroeiende punt geen bladeren aanleggen, zal daarentegen de steunsels van den mangrovestam voor wortels zonder wortelmutsje verklaren. Op dergelijke wijze ontstonden de met elkander in tegenspraak zijnde aanduidingen en benamingen, die aan de steunende deelen der Clusiaceeën en Yijgeboomen, aan de in het weefsel van voedstel-planten binnendringende bevestigings- en zuiginrichtingen van de Vogellijm en nog aan veel andere onder- en bovenaardsche deelen van de plant zijn gegeven. Deze voorbeelden dienen slechts om te doen zien, hoe over schijnbaar zoo eenvoudige zaken een strijd kan ontstaan, hoe licht de onderzoeker op het gebied der speculatieve vormenleer tot eenzijdigheid vervallen kan, hoe groote moeilijkheden de vaststelling eener definitie inheeft en hoe vooral het voorbarig generaliseeren der kenmerken, waarvan men niet zeker is, of ze werkelijk overal aanwezig zijn, moet worden vermeden. Elke definitie is afhankelijk van den omvang onzer kennis op een gegeven tijdstip, zij kan onbruikbaar worden met de uitbreiding dier kennis en heeft dus slechts een betrekkelijke geldigheid.

Van het standpunt onzer tegenwoordige kennis kan als de relatief beste definitie van den wortel de volgende gelden. De wortel is een van vaatbundels voorzien weefsellichaam, dat uit een ouder reeds vroeger ontstaan gedeelte der plant ontspringt, een onbegrensden wasdom heeft en nooit het onmiddellijk uitgangspunt van bladeren wordt.

Aansluitend bij deze definitie, kunnen hier eenige opmerkingen plaats vinden, waardoor velerlei betrekkingen van den wortel tot de overige deelen der plant worden opgehelderd. Allereerst zij opgemerkt, dat in deze definitie onder den naam plant ook haar jongste ontwikkelingsstadium, namelijk de kiem, is begrepen. Verder moet erop worden gewezen, waarom in bovenstaande definitie die eigenschap, waaraan men in niet-botanische kringen het allereerst denkt, als er van een wortel sprake is, namelijk het vermogen, vloeibaar voedsel uit een ander voorwerp op te nemen, niet werd vermeld. Het is zeer juist, dat het opzuigen van vocht voornamelijk bij de wortels wordt opgemerkt; maar eigenlijk zijn het toch enkel de van de wortels uitgaande zuigcellen, die deze taak vervullen, en zulke zuigcellen kunnen, zooals bekend is, ook aan stengels en bladeren voorkomen. De uit de zaadhuid te voorschijn gekomen zaadlob der Lischdodde, Typ ha, dringt met zuigcellen in den grond; de holten der groene bladeren van dierenvangende planten zijn rijkelijk voorzien van zuigcellen; ook aan de groene bladeren van veel Steenbreken, 'Tamarisken enz. hebben zich bijzondere zuigcellen gevormd, en bij die moerasplanten, welker bladeren voor een deel op het water drijven en voor een deel ondergedoken zijn, functionneeren de opperhuidcellen der laatste ook als zuigcellen.

Bij vele waterplanten, bij voorbeeld Hottonici (Waterviolier), Ceratophylluin (H o o rn blad), Najas (N y m f k r u i d), wordt zelfs de opzuiging alleen volbracht A. Kerner vos Marti.aun, Het loven der planten. II. 33

Sluiten