Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wortels, welke van bladeren uitgaan, en eindelijk ook de onder den naam van haustoriën bekende knobbelvormige wortels van woekerplanten.

Als overblijvende kruiden met rechtopstaanden stengel en dikke stengelknoopen, bij voorbeeld, de verschillende soorten van liet geslacht Galeopsis, Hennepnetel, en Polygonum, Duizendknoop, door de eene of andere uitwendige aanleiding plat op den grond worden uitgestrekt, dan neemt na eenigen tijd niet de geheele stengel, doch slechts een deel ervan weer een rechtovereindstaande houding aan, en wel zóó, dat op een der stengelknoopen een rechthoekige buiging plaats heeft, en dat liet deel van den stengel, dat het dichtst bij liet vrije uiteinde is gelegen, zich opheft, terwijl het aan den wortel grenzende stuk op den grond blijft liggen. De aanraking met den grond werkt op het laatstgenoemde stuk als prikkel tot wortelvorming, en er ontstaan hier aan het knievormig gebogen gedeelte naast de stengelknoopen overvloedige wortels, die in den grond dringen en als zuig- en hechtorganen gaan werken. Deze planten zouden, als de ramp hen niet had getroffen en ze niet op den grond uitgestrekt waren geworden, op de stengelknoopen ook geen wortels hebben gevormd.

Afgesneden wilgen takken, die in een met water gevuld glas, in nat zand, in vochtige aarde of mos worden gestoken, ontwikkelen daar, waar ze door liet water of door de genoemde vochtige lichamen worden aangeraakt, binnen acht dagen wortels, die als zuigorganen en als hechtorganen werken. Indien men de takken van de wilgenplanten niet had afgesneden en ze niet op de genoemde wijze had behandeld, dan zou er bij hen ook geen wortelvorming hebben plaats gehad. Deze wilgentakken kunnen als voorbeeld van een groote menigte planten worden beschouwd, wier takken alle binnen korten tijd uit den stengel wortels ontwikkelen, als die stengel in een vochtige omgeving wordt gebracht.

Ook de door tuinlieden zoo veelvuldig uitgevoerde vermeerdering der planten door stekken berust erop, dat takjes van een ter vermenigvuldiging uitgekozen plant, die zijn afgesneden en in vochtig zand gezet, daarna „wortel slaan , dat is, van bet in de zandige, vochtige aarde gestoken deel van den stengel, wortels uitzenden. Zooals bij deze stekken werkt eveneens bij veel koordvormige luchtwortels van Orchideeën de aanraking met vochtige aarde als prikkel tot wortelvorming.

Ook op de wortelslaande bladeren van Pepersoorten, Begonia's en Pinksterbloemen (Curdamine) werkt de aanraking met vochtigen grond als prikkel voor het doen ontstaan van wortels en wel op plaatsen, waar zonder die aanraking nooit van wortelvorming sprake zou zijn geweest. Als men een blad van de Peper ot van een Begonia in stukken snijdt, die stukken op vochtige, zandige aarde legt en zoo op de onderlaag drukt, dat de aan den onderkant uitspringende nerven door het vochtige zand omgeven zijn, dan komen uit het parenchym bij die nerven wortels te voorschijn, die zich naar beneden buigen, terwijl daar boven een weefsellichaam ontstaat, dat als stengel omhoog groeit en door de wortels van voedsel wordt voorzien.

Sluiten