Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ascoholus niet zijn toestel, waardoor de sporen met kracht worden weggeslingerd, dien wij later nog uitvoeriger zullen behandelen.

De Meeldauw, op de oppervlakte van groene bladeren, doet zich onder het microscoop voor als een mycelium van een bijzondere soort. De draadvormige, kleurlooze, veelvuldig zich door elkander slingerende hyphen dringen niet in de tusschenruimten van het weefsel der voedsterplant binnen, maar stellen zich tevreden met het uitzenden van kleine zuignappen in de opperhuidcellen der bladeren en stengels, zooals de afbeelding op blz. 204 van Deel I in Fig. 2 deed zien. Enkele van die myceliumdraden rijzen wel omhoog van de onderlaag en ontwikkelen parelsnoervonnige rijen van sporen; andere krijgen korte zijtakken, waarin, evenals bij Vauchvria, tusschenschotten worden ingeschoven, zoodat daardoor het protoplasma in die zijtakken van het overige protoplasma der hyphe wordt afgescheiden. Een deel van der zijtakken is ei- of ook wel knotsvormig, bevat het oöplasma en moet als oögonium worden beschouwd; een ander deel is cylindervormig, soms haakvormig gekromd, bevat het spermatoplasma en vormt het antheridium. Hij eenige soorten buigt zich het bovenste, een weinig knotsvormig gezwollen uiteinde van den met spermatoplasma gevulden zijtak, niet andere woorden liet antheridium, over den top van het oögonium heen en legt er zich dicht tegen aan, zonder echter eene afzonderlijke bevruchtingsbuis in het inwendige van het oögonium uit te zenden; bij andere Mecldauwzwammen daarentegen zijn beide cellen, het oögonium zoowel als het antheridium, spiraalvormig om elkaar heen gewonden en tegelijk dicht tegen elkander aangedrukt. Naar alle waarschijnlijkheid gaat nu een gedeelte van het spermatoplasma langs osinotischen weg dooi' de cel wanden hoen naar het oöplasma en brengt in dat laatste een verandering in den inwendigen bouw tot stand, die als de bevruchting is te beschouwen, liet oöplasma is daardoor tot embryo geworden. De bet embryo bevattende cel lost zich niet op en wordt ook niet gescheiden van de draad, waaraan zij is ontstaan, maar deelt zich in tweeën, en een bovenste, grootste cel en een onderste zeer korte, steelvormige, en onder dien steel komen aan den bedoelden draad nieuwe zijtakken. die zich deelen en eindelijk een groot veelcellig omhulsel 0111 het embryo vormen.

De nu ontstane vrucht blijft niet den myceliumdraad, waaraan zij is ontstaan, verbonden en is er als een uiterst klein bolletje bovenop gezeten. Als zich aan liet draadnet zeer veel vruchten tegelijk hebben ontwikkeld, zooals dat met name bij de op de bladeren van de Hop woekerende bphaerotlieca Castugnei, de H opsch imniel, het geval is, lijkt de grijze, over de bladeren uitgebreide meeldauw als met vruchtbolletjes bezaaid. Uit het embryo komt nu eene nieuwe generatie te voorschijn. Hij de soorten van het geslacht 1'oduxphuent groeit de kiem binnen het veelcellig vruchtomhulsel, dat zooeven werd beschreven, tot een enkele spore blaas, sporebeurs of axcus uit; het protoplasma daarin valt uiteen en neemt den vorm aan van echte sporen, die den ascus verlaten en door luchtstrooniingen worden verspreid: bij Ert/siphe daarentegen deelt zich het embryo door tusschenschotten, wordt lot een enkelvoudige A. Krrnkr von Mauilaun. Het loven «lor planten. III.

Sluiten