is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aretia glacialis een waterdroppel liggen, die de lucht in de nauwe, zich daaronder bevindende buis een weinig samendrukt, maar het diep beneden in de buis aan de helmknoppen klevende stuifmeel niet kan bereiken. Komt er dan een stootje van den wind, zoodat de bloem wordt geschud, dan vallen de waterdroppels van den zoom der bloemkroon af, en het binnenste van de bloem wordt weer toegankelijk voor insecten.

In alle tot hiertoe genoemde gevallen heeft er ten behoeve van de bescherming, die aan het stuifmeel moet worden geboden, geen verandering plaats in den stand van de hierbij eene rol spelende groene bladeren, bloembekleedselen of bloembladachtige stempels. Daarentegen komt bij een lange reeks van andere planten de bescherming van het stuifmeel uitsluitend tot stand door veranderingen van plaats, die men aan de bladachtige deelen kan opmerken. Dit komt met name voor bij al die soorten, die, evenals de het laatst geschetste vormen, de monding hunner bloemen keeren naar de richting, van waar regen en dauw ze kunnen bereiken, maar waarbij het onderste, buisvormige gedeelte niet, als bij Aretia glacialis, zoozeer is vernauwd, dat het water er onmogelijk zou kunnen binnendringen. Zulke beneden niet vernauwde, bekervormige of ook wel bekken-, kroes-, trechter- en buisvormige bloemen zouden, indien ze recht overeind stonden, echte vergaarbakken zijn voor den regen, en het water, dat zich erin verzamelde, zou al spoedig zijn schadelijke werking uitoefenen op het in het inwendige geborgen stuifmeel. Als zich nu zulke bloemen tijdelijk sluiten, zoodat hun bloembekleedselen zoo lang over de binnenruimte zich heen welven, als er gevaar van een ophooping van water te vreezen is, wordt daardoor met zeer eenvoudige middelen de zoo hoognoodige beschutting van de binnenruimte der bloemen tegen eene overstrooming bereikt.

Inderdaad is die beschutting door sluiting den bloemen bij zeer veel planten werkelijkheid geworden. De bloemen der Tijloozen, Culchicum en van de Krookjes, Croeus, op achterstaande afbeelding te zien, met hun bekervormigen zoom in den laten herfst of in de lente boven den grond komend, de Gentianen der Alpenweiden en de daarmee verwante soorten van het geslachs Erythraea, Duizendgulden kruid, een menigte planten met klokvormige bloemen, die rechtovereind staan, zooals een drietal soorten van Klokjes n.1. Campanula ylomerata, K luwen vormend Klokje, Campanula trachelium, het Muwbehaarde Klokje, en Campanula spicata, het Aardragend Klokje, en Sper ui aria speculum, Spiegel vormende Kantvrucht, verder de Pioenrozen, de Hozen, de VI asachtigen, de Opuntia's, Mamillaria's en Mesembryantheiniums, talrijke soorten van de gsslachten Vogelmelk bij voorbeeld Ornithoyalum umbellatum, de Schermd ragen de Vogelmelk, dan de Mandragora vernalis, Alruin, en de Datura stramonium, Doornappel; verder de bloemen der Witte Waterlelie, van de Magnolia's en andere kunnen als voorbeelden dienen van deze groep van vormen. Overdag, in den warmen zonneschijn, zijn de bekkens, trechters, bekers van deze bloemen wijd geopend en worden dan door tal van