Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeen gehouden antwoord door de schildering van afzonderlijke gevallen op te helderen en te bewijzen.

Wat allereerst de keuze van een broedplaats voor de nakomelingschap betreft, weet men reeds lang, dat de nachtvlinders uit het geslacht Maniestra en andere hun eieren leggen in de bloemen van Muurachtige gewassen, Caryophylleae, bij voorbeeld in die van 't Knikkende Lijm kruid, Silene nutans; van Opgeblazen Lijmkruid, Silene inflata; van de Koekoeksbloem, Lychnis pos cuculi en van 't Zeepkruid, Saponaria officimlis |allen veelvuldig bij ons in 't wild groeiende bloemen]. Uit de door middel van eene betrekkelijk lange, scherprandige legbuis afgezette eieren, komen al spoedig kleine rupsjes, die zich vrij bewegen in de niet'door tusschenschotten verdeelde holte van het vruchtbeginsel, en daar niet alleen een veilige schuilplaats, maar

ook het voor hen geschikte voedsel vinden.

l)e rupsen van de genoemde nachtvlinders leven namelijk van de zaadknoppen en jonge zaden, die in het midden van de holte in het vruchtbeginsel, op den kussenof kegelvormigen top van den bloembodem gezeten zijn. Als zij volwassen zijn, bijten ze den zijwand van het vruchtbeginsel stuk. kruipen door de ontstane opening uit de tot nu toe als woning gebruikte holte en komen op den grond terecht, 0111 zich daar te verpoppen. Als de rupsen van Dianthaecia alle in het vruchtbeginsel aangelegde zaden opaten, zou dat geen voordeel, maar een nadeel zijn voor de gekozen soort van plant. Maar bij den overvloed van zaadknoppen komt liet

. . _ _ -. _ -1 .1 - - - J _ J. _ _ 11 _ _1

Hot, Knikkend Lijflik.-nia. Silene tin- zemen vuur, uai ym «uie wuiae» vu 1-

tnns, overdag. nictigd, en al werden ook al in één doos¬

vrucht alle zaden opgegeten, dan zijn er aan dezelfde plant altijd nog andere tot doosvruchten uitgroeiende vruchtbeginsels, die een overvloed onbeschadigde, kiemkrachtige zaden ontwikkelen.

De meerderheid van de hier bedoelde planten, o.a. ook het hierboven afgebeelde Knikkend Lijmkruid, Silene nutans |ook ten onzent wel in het wild voorkomend, hoewel niet zeer algemeen | bloeit 's nachts; hun bloemen openen zich, zoodra de schemering valtj staan den geheelen nacht door wijd open en sluiten zich bij zonsopgang van den volgenden dag. Dat gaat zoo met elke bloem minstens driemaal. Den eersten avond spreiden zich de kroonbladeren, die tot nu toe in den knop opgerold en omgeslagen waren, stervormig uit en slaan een weinig naar achteren terug, zooals op blz. 175 te zien is; ook worden vrij snel uit het midden der bloem vijf helmknoppen naar buiten gebracht, die spoedig daarna openspringen, rondom met klevend stuifmeel worden bedekt en in dien toestand den nacht door blijven. In den loop van den volgenden

Sluiten