Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men zou kunnen meenen, dat het bedoelde weefsel niet een vochtig penseel was bestreken. In de meeste gevallen vloeien de kleine druppels tot grootere druppels ineen en vullen dan de voor hunne opneming bestemde goten en buizen, groeven en bekers. Soms raken die réservoirs tot overloopens toe vol, en dan druppelt, als er maar even tegen gestooten wordt, het zoete vocht in dropvorm uit de bloemen. Zoo gaat het bij voorbeeld met do in het Kaapland voorkomende Melianthus major, uit welker van een kapvormig groot nectarium voorziene bloemen bij 't schudden van de bloeiwijzc een formeele honigregen neervalt. Door een tropische Orchidee, met name Coryanthes, wordt uit twee kleine hoornvormige aanhangsels van de bloem zooveel vloeibare honig afgescheiden, dat die langen tijd achtereen van de punten dier horentjes afdruppelt. Het ondereind van de onderlip is hol, en langzamerhand wordt die holte dooiden neerdruppenden honig geheel gevuld. I)e hoeveelheid zoet vocht, die hier wordt bijeengebracht bedraagt ongeveer 30 gram.

In de meeste gevallen is het voor de aanlokking van insecten gewichtigste bestanddeel van den honig, dat is de suiker, in opgelosten toestand aanwezig, wat aan den eenen kant in verband staat met haar chemische eigenschappen en aan den anderen kant ook daarmee samenhangt, dat het zoete vocht in de verborgen groefjes en buizen der bloemen minder aan verdamping is blootgesteld. Alleen bij enkele Orchideeën uit het geslacht Aërides ontstaan uit liet zoete vocht in de bloemen suikerkristallen van vrij aanzienlijke grootte. Dat zich buiten de bloemen de uit de omwindselbladeren van enkele samengesteldbloemigen te voorschijn komende suikeroplossing omzet in kruimelige, kristallijne klompjes, past hier streng genomen niet, maar mag toch wel kortelings even worden vermeld. Wij zullen op dezen vorm van suiker, als geliefd voedsel der mieren, in een later hoofdstuk terugkomen.

Gewoonlijk blijft de honig juist op de plek, waar hij bereid is en werd afgescheiden; maar er zijn ook bloemen, waar dit niet het geval is, waar liet zoete vocht wegvloeit van zijn plaats van oorsprong en in afzonderlijke bewaarplaatsen, die men honigbakjes heeft genoemd, wordt verzameld. Zoo is het bij voorbeeld gesteld met de bloemen van Coryanthes, Melianthus, Viola en Linaria. Dat bij de Orchidee Coryanthes een echt verzamelbakje aanwezig is, dat allen van de hoornvormige aanhangsels afdruipenden honig opvangt, werd reeds gezegd. Bij Melianthus zijn twee smalle kroonbladeren te zien. waarvan de honig afvloeit in liet kapvormige kelkblad.

Bij het Viooltje zijn twee der meeldraden versierd met een lang, van het helmbindsel uitgaand aanhangsel, en dio aanhangsels scheiden honig af, die in de hen omgevende spoor van het onderste, ongepaarde kroonblad afdruppelt. Bij Vlasbek, IAnaria, [waarvan Linaria vultjaris ten onzent zoo veelvuldig voorkomt en elders b. v. Linaria alpina, de Alpenvlasbek, haar pracht tentoonspreidt], wordt de honig door een verhevenheid aan den voet van het vruchtbeginsel afgescheiden, vloeit echter van daar door een smalle spleet tussclien de beide langste meeldraden naar beneden in de naar achteren van de bloem afdalende holle spoor.

Sluiten