Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaren en aan alle den naam gaf van honigmerken. Zij komen namelijk vaak genoeg voor in bloemen, die in 't geheel geen honig bezitten, als bij voorbeeld in die van Hibiscus trionum en in die van Papaver somniferum M aap bol, en Papaver Rhoeas, de Ge mee 11 e Klaproos, waar ze zeker enkel de bedoeling hebben, de bloemen meer in 't oog te doen vallen.

Wij moeten hier ook wijzen op het feit, dat bloemen, die fijn gestippelde kroonbladeren hebben, bijzonder graag, ja bijna uitsluitend, door vliegen worden opgezocht. Veel Orchideeën en Lipbloemigen, vooral echter veel SteenI)reken, als Saxifraya aizoon, aizoides, bryoides, rotundifolia, stellaris, sarmcntusa e. a. zijn hiervoor zeer leerrijke voorbeelden. In welk verband de gele, roode en violette stippen, die bij eenige soorten in den loop van den bloeitijd soms ook nog van kleur wisselen, staan tot het vliegenbezoek is nog niet opgehelderd. Zooveel is zeker, dat door de kleine, roode en gele puntjes, die men op de kroonbladeren van genoemde Steenbreken ziet, voor liet inenschelijk oog deze bloemen 1111 juist niet beter zichtbaar worden of meer in het oog vallen.

Een zeer schril kleurencontrast wordt daardoor bereikt, dat de bloemkronen andere kleuren hebben dan de dichtbij zich bevindende kelk en de schut- en om windsel bladeren. In dit opzicht moeten in 't bijzonder worden genoemd de bloemen van Acanthus, welker bovenste kelkblad violet is en welker daar beneden staande kroonbladeren witgekleurd zijn; de bloemen van Statice arhorea met blauwvioletten kelk en witte kroon; van < 'Icroi/endron sanyuineum met witte kelken en bloedroode kroonbladeren; ev'enzoo de bloeiwijzen van voel soorten van Zwartkoren, zooals Melampyrum armise, Wilde Weit en Melampyrum grandiflorum en nemorosum, welker bloemen geel zijn, terwijl hun schutbladeren blauwe, violette of roode tinten vertoonen; eindelijk eenige soorten van liet geslacht Sideritis als Sideritis montana, Ijzerkruid, en Sideritis romaua, welker zwartbruine, kleine bloemen zich als donkere punten op gele schutbladeren in 't oog vallend voordoen.

In de hoofdjes van samengesteldbloemigen, waarvan de bloemen dicht opeengedrongen staan, vertoonen de randbloemen meestal eene anderen kleur dan de schijf bloemen. Bij de [ten onzent zoo veelvuldig in 't wild groeiende] W ïtte Uanzebl oem, Chrysanthemum leucanthemum of Leucanthemum v uigare, welker gele schijfbloemen door witte randbloemen zijn omsloten, en bij Pyrethrum cameum, waar op dezelfde wijze gele schijfbloemen door roode; bij Itudbeckia s en Zinnia's b.v. liudbeckia laciniata en Zinnia liybrida en andere soorten van deze zelfde geslachten, welker zwartbruine schijfbloemen door gele, en \ooral bij de talrijke Asters, welker gele schijfbloemen door blauwe straalbloemen zijn omlijst, vindt men voorbeelden van deze soort van kleurcontrasten.

Dikwijls wordt het kleurcontrast ook daardoor bereikt, dat bloemkronen in de verschillende graden hunner ontwikkeling van kleur veranderen. I11 den knoptoestand zijn ze rood, na het opengaan worden ze violet, dan tegen den tijd van 't eind van den bloei worden ze blauw of malachietgroen. Staan zulke bloemen op een hoopje bij elkander, dan wordt er

Sluiten