Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winde, Conrolvulus arvensis; eenige Orchideeën van de berg- en alpenweide, bij voorbeeld Gymnadenia odoratissinia, Epipactis rubiginosa en Xitjritella nigra; Saussurea al pi na, Daphne alpina en Xardostnia fragranx in 't bezit van een nu eens zwakkeren, dan weer sterkeren vanillegeur. Eenigszins afwijkend, maar toch het meest aan vanille herinnerend, is de geur van de gele bloemdeelen van de tropische Orchideën uit het geslacht Stanliopea en de daarmee volkomen overeenstemmende geur van Epipogum aphyllum, die in Europeesche dennenwouden voorkomt. Minder verbreid is de seringengeur; hij komt echter duidelijk uit bij verschillende soorten van 't geslacht Daphne, bij voorbeeld bij Daphne xtriata en pontiea, wat des te merkwaardiger is, daar deze Daphnesoorten, ofschoon met Seringen anders niet verwant, toch in hun bloemen op het eerste gezicht een verrassende gelijkenis met Seringen bezitten. Daarentegen komt de geur van verscheiden soorten van het geslacht Syrinya Emoili met den geur van Syringa vulgaris niet overeen.

De Lelietjes-van-Dalen-geur is over 't geheel genomen zeldzaam en komt enkel nog voor bij eenige Mexicaansche Cactaceeën, met name bij Eehinocactux tetani. De residageur treft men aan bij de bloemen van Cydonia sinensis. Den acaciageur hebben vrij veel Vlinderbloemigen, zoo bijvoorbeeld Cytixux alpinux en Spartium junceum, en hij wordt, eigenaardig genoeg, ook nog gevonden in de bloemen van een soort van Lisch, Irix odoratixxima. De Aurikelgeur wordt, afgezien van bij vele Primula's, verwant aan Primula auricula, gevonden bij de bloemen van Trolliux europaeux. Do kamperfoeliegeur ontwikkelt zich 's avonds uit de bloemen van alle met de Eelite Kamfer foelie, Lonicera Caprifoliuni verwante soorten, maar ook uit de bloemen van de in den Himalaya inhoemsche liododendron Medemi, uit die van Ismene en van een soort van Tabak, namelijk de in do schemering ontluikende, wel als sierplant gebruikte Xicotiana affinix.

Vrij verbreid is de viooltjes geur. Behalve aan talrijke soorten van Viooltjes, als 't We 1 riekend, Iriola odorata en het Grootbladig Viooltje, Viola mirabilis en Viola polychroma, wordt hij ook nog waargenomen bij verscheiden Cruciferen, met name bij de Leukooien, Matthiola anima, inrana, mria e. a. en bij de Muurbloem, Cheirant/iux Chriri; dan nog bij de Damastbloem of Gewone Nachtviool, Hesperix matronalis. Ook Leucojum rcrnuiii, het Lenteklokje, en de in den herfst bloeiende Gcntiana cHiata\ de groen bloeiende Dapline laureola en Philippi; de Blauwe Lotosbloem van den Nijl, Nymphaea coerulea en de dierenvangende Sarramiia purpureu hebben in hun bloemen een aangenamen viooltjesgeur. Do cyclamengeur wordt aangetroffen in de bloemen van enkele wintergroensoorten als Pirola uniflora; in die van Genixta canarieiisis, Clerodendrun Bungei, Solanum iuberosum, de Aardappel, en Fhalaenopsis Sehilleriana; de paulowniageur in de bloemen van Glycine ('hinenxis en de ylanggeur in die van Zaluzianskia lychnidea en in die van Calycanth us praecox,

Van de benzoloïde geuren chemisch verschillend zijn de zuren en alcoholen van die koolwaterstoffen, die men onder den naam parafinen samenvat.

Sluiten