Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blz. 264 in Fi<j. 9 laat zien. In den eersten tijd wordt trouwens de gevangenschap door de muggen niet genoegen gedragen, daar hun de in de gevangenis heerschende verhoogde temperatuur welgevallig is, en aan den anderen kant de saprijke cellen, waarmee het vertrek van binnen is bekleed, hun een weinig voedsel bieden. Op den tweeden of derden dag der gevangenschap gaan de helmknoppen open, die aan de kanten van de stempelzuil zijn vastgegroeid, en laten hun stuivend pollen op den grond vallen in de wijde ruimte van de bloem. Ook dit stuifmeel is voor de muggen een welkom voedsel, en men ziet, dat ze ervan nuttigen. Maar eindelijk worden de gevangenen toch onrustig; zij trachten een uitgang te vinden, vliegen druk in het vertrek rond en nemen bij die gelegenheid over hun geheele lichaamsoppervlak stuifmeel op.

Zoodra dat geschied is, nadert het uur hunner bevrijding; de haren in het inwendige van de nauwe gang verwelken en vallen slap op elkander; de weg naar buiten is nu vrij en de met stuifmeel bepoederde muggen verlaten vlug de bloem der Aristolochia, waarbinnen zij een paar dagen aaneen een onderkomen en voedsel hadden gevonden. Dat de muggen geen onaangename herinnering behouden aan de tijdelijke gevangenschap, blijkt daaruit, dat ze, pas aan de eene bloem ontsnapt, dadelijk in een tweede kruipen, die juist toegankelijk is geworden. De laatste omstandigheid moet vooral goed in 't oog worden gehouden, als de beteekenis van dit zeldzame vangspel goed zal worden begrepen. Zoodra de bloem toegankelijk is geworden, kan de stempel reeds stuifmeel opnemen; maar de helmknoppen zijn nog gesloten. Als nu de kleine muggen uit oudere in jongere bloemen komen en daar den stempel aanraken, die juist vóór de inwendige opening van de donkere gang is gelegen, strijken ze daaraan het meegebrachte stuifmeel af en kunnen zoodoende een voordeelige kruisbestuiving tusschen de bloemen teweegbrengen.

In vele andere gevallen worden de in de bloemen binnendringende insecten enkel aan den boven- of onderkant, of alleen op bepaalde punten van hun lichaam met stuifmeel beladen en wel doordat ze langs helmknoppen strijken, aan den weg staande, dien de insecten bij het binnenkomen of het verlaten van de bloem volgen. De eene maal wordt alleen de snuit, de andere maal de kop, een derde maal worden schouder of rug. een vierde maal de boven- en een vijfde maal de onderkant van het achterlijf van stuifmeel voorzien. Het komt ook voor, dat het stuifmeel alleen wordt ingezameld met de eigenaardige, in een vroeger hoofdstuk beschreven, aan de pooten aangebrachte korfjes van de bijen en door hen zóó wordt meegenomen. Op blz. 177 werd ook herinnerd aan het merkwaardige geval, dat bij een kleinen nachtvlinder, 1'romiba i/uccoselhi, hot eerste lid van de kaaktasters veranderd is in een grijporgaan, met welks hulp de genoemde vlinder het stuifmeel van de Vuccn inzamelt, er een balletje van maakt en dat stuifmeelballetje vasthoudt tegen de onderzijde van den kop. zooals op de afbeelding van blz. 179 in Fig. 5 te zien was.

Als do insecten gebruik maken van de buiten de ingangspoort vooruitstekende of dicht bij den drempel dier poort geplaatste meeldraden, om erop aan

Sluiten