is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het wel moet worden afgestreken. Bij de 1111 te bespreken planten is dat niet geheel zóó het geval. Daarbij is het af te strijken stuifmeel niet onmiddellijk toegankelijk, maar is verborgen in buizen en nissen, of er moet eerst een omhulsel worden verwijderd, eer het bloembezoekende insect met stuifmeel kan worden beladen.

In de tot hoofdjes vereenigde bloemen der Composieten uit de geslachten Wegdistel, Onopon/on, en de Centaurea's, waartoe 0. a. ook do bekende Korenbloem, Centauren ajanus, behoort, vormen de op fijne helmdraden gedragen helmknoppen, als bij alle andere Samengesteldbloemigen, een buis, waar liet bovenste deel van den stijl doorheen loopt. De antheren openen zich en ontlasten hun stuifmeel naar binnen, dit laatste op de in de buis gelegen stijl afzettend. Mij de meeste Samengesteldbloemigen groeit hierop do stijl in de lengte, en drukt en schuift het stuifmeel naar buiten, tot boven de monding der buis. Maar zoo gaat het niet bij de bloemen van Onopordon en Centaurea. Daar heeft geen verlenging van den stijl plaats, en het stuifmeel blijft in de buis verborgen. Betreedt echter een insect het middelveld van het hoofdje, en raakt het hierbij, over de schijfbloemen rondklauterend, de helmdraden aan, ilie de antherenbuis dragen, dan trekken deze zich dadelijk samen en worden koitei, de buis wordt daardoor als een foudraal naar beneden getrokken; het op den top van den stijl gelegen stuifmeel komt hierdoor naar buiten, en het insect, t welk dit verschijnsel door de aanraking der prikkelbare helmdraden veroorzaakte, strijkt het vrijgekomen stuifmeel aan de benedenzijde van zijn lichaam af, (zie blz. 143).

Hetzeltde wordt, hoewel door andere middelen, bij sommige Vlinderbloemigen bereikt. Bij een groep daarvan, waarvoor Gouden liegen, Cyttsus; Honigklaver, Melilotus; Gewone Klaver. Trifoiium en Esparcette, Onubrychis, als bekende voorbeelden kunnen dienen, vormt het onder der naam kiel aangeduide benedenste paar bloembladeren, dat door de insecten gebruikt wordt als plaats, 0111 op aan te vliegen en om zich op neer te zetten, een nis, die naar boven een zeer smalle spleet laat zien. I11 die nis zijn de tien stijve, gedeeltelijk met elkander vergroeide helmdraden en de door hen gedragen, met stuifmeel-bedekte helmknoppen geborgen. Als 1111 oen hommel komt aanvliegen, zich neerzet op de kiel en den snuit steekt in de honigbeieidende diepte, wordt daardoor de kiel naar beneden gedrukt, de in de kiel geborgen antheren komen naar buiten en hun stuifmeel wordt aan de onderzijde van het binnenkomend insect, en wel veelal aan den onderkant van den kop en de borst afgestreken. Zoodra het insect de bloem verlaat, keert de kiel tot haar oorspronkelijken stand terug en bergt weer de helmknoppen, die gewoonlijk slechts een deel van hun stuifmeel hebben afgegeven. Komt er 1111 weer insectenbezoek, dan herhaalt zich de zoo even geschetste werking, en twee, drie, vier verschillende insecten kunnen na elkander met het stuifmeel uit dezelfde bloem worden beladen.

Hij Lat her us, Lathyrus, bij Orobus, en ook bij Erwt, l'isuin, en Wikke, Vicia, is het proces in hoofdzaak hetzelfde, maar hier wordt het binnen de kiel