Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kop van deze insecten en niet ook liet achterlijf met stuifmeel wordt bestrooid.

Bij A Ipen klokjes, Soldanella, hierboven afgebeeld in Fig. 1 en 2, gaan van den top van eiken helmknop twee aanhangseltjes uit. waartegen de naar den bodem der bloem op weg zijnde insecten stooten, waardoor een uitstrooiing van het stuifmeel wordt teweeggebracht. Aldus herhalen zich hier bij de strooikegels weer verscheiden van die merkwaardige inrichtingen, die ook bij de strooitangen voorkomen en boven besproken werden; wij behoeven er dus niet uitvoeriger bij stil te staan.

Bijzondere vermelding verdient alleen nog de strooikegel in de bloemen van het Viooltje, Viola, afgebeeld op blz. 332 in F'kj. 1, en wel, omdat bij, afwijkend van de andere gevallen, zich ontwikkeld heeft in eene, met den ingang zijwaarts gerichte zygomorphe bloem, en ook nog met het oog op de eigenaardige manier, waarop in die bloemen de met melig pollen gevulde helmhokjes door de insecten worden verschoven. De strooikegel staat namelijk bij de Viooltjes boven het benedenste bloemblad dat naar beneden de honigafscheidende spoor draagt. Als insecten den honig uit die spoor willen zuigen, moeten ze onder den antherenljegel dringen en hun snuit schuiven door het gleufje van 't gespoorde kroonblad. Nu treedt hun echter op die plaats het haakvormig omgebogen, verdikte puntje van den stijl in den weg, (zie op blz. 332 in Fit/. 3) en t is niet te vermijden, dat zij het aanraken en een weinig op zij schuiven. Daar echter de vijf helmknoppen, die den kegel vormen, tegen den stijl aan gelegen zijn, worden ten gevolge van de verandering in stand van den stijl ook de helmknoppen verschoven, en op het oogenblik, waarin 'dit gebeurt, wordt de snuit van hot binnendringende insect bestrooid met stuifmeel uit den losgeraakten antherenkegel.

Het afzetten van liet stuifmeel.

De insecten en de honigzuigende vogels moeten liet stuifmeel, dat hun in een bloem werd afgestaan, overbrengen naar een andere bloem en liet daar afzetten. Daar deze overbrenging de inleiding der bevruchting is, is het ver van onverschillig, waar, wanneer en hoe die afzetting geschiedt. De plaats, waar het stuifmeel zijn bestemming moet bereiken, is de stempel, en de rechta tijd van de afzetting is gekomen, wanneer de stempel het daarop overgebrachte stuifmeel kan vasthouden. Wordt het stuifmeel niet op den stempel, maar op eene andere plaats der bloem afgezet, of is de stempel ten tijde van de afzetting reeds verwelkt of verschrompeld, dus niet geschikt, het aangevoerde stuifmeel vast te houden, dan is liet in de bloem gebrachte stuifmeel verloren, even goed als wanneer het op den grond of in het water was gevallen.

Aldus is door de gestelde voorwaarden voor 't succes der overbrenging van het stuifmeel niet alleen de tijd van de afzetting, maar zijn ook stand en

Sluiten