Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kop, Sparganium; Lischdodde, Typha en Zannichellia; verder eenige Grassen, als Heteropogon, Zen Mays (Maïs) en vooral veel Wolfsmelken Ivomko 111 merachtige 11.

De soorten van de achtste groep hebben op elke plant naast elkander drieërlei bloemen, echt tweeslachtige, schijnbaar tweeslachtige stamper-, en schijnbaar tweeslachtige meeldraadbloemen. Hiertoe behooren verschillende Eschdoorns, bij voorbeeld Acer pseudojilatanus, Gewone Eschdoorn en Acer platanoides, Zweedsche Eschdoorn; verder de Pruikenboomen of Sumakboomen, Jthus cotinus en Rhus toxicodendron; de Laurieren, Laurus nobilis en Laurus sassafras; verschillende Zuringsoorten, als Puniex alpinus en Ruinex obtusifolius (Bitterblad); het Glaskruid, Parietaria en eenige Steenbreken, als Saxifraga controversa en Saxifraga tridactylites, D rievingerige Steenbreek.

Als voorbeeld voor de negende groep, waartoe de soorten behooren, die op één plant naast elkander echt tweeslachtige bloemen, zuiver vrouwelijke bloemen en zuiver mannelijke bloemen hebben, mag de Esch, Fraxinus excelsior worden beschouwd, afgebeeld op blz. 157.

Nu volgen die groepen, bij welker soorten twee of drieërlei bloemen over twee of meer planten verdeeld zijn. De soorten van de tiende groep hebben op de eene plant echt tweeslachtige bloemen, op de andere schijnbaar tweeslachtige stamperbloemen. Tot deze groep behooren talrijke Valeriaan soorten, als Valeriana montana, Valeriana saliunca en Valeriana supina; eenige Dipsaceeën, als Scabiosa lucida en de Honigbloem, Knautia areensis; verscheiden Steenbreken, als Saxifraga wjuatica ; de gekweekte Wijnstok, Vit is vinifera; veel Muurachtigen, als Diatdhus glacialis en Dianthusprolifer, Mantel Anjelier; Lyehnis ciscaria, Pikanjelier; Silene noctiflora (Nacht Lijm kruid) en vooral zeer veel Lipbloemigen, als Calaminta, Steenthijm; (Uechoma, Hondsdraf; Marrubium, Malrove; Mentha, Munt; Origanum, Marjolein; Prunella, Brunei; Thymus, Thijm.

Tot de elfde groep brengt men al die soorten, die op de eene plant echt tweeslachtige bloemen en op de andere schijnbaar tweeslachtige mannelijke bloemen dragen, zooals bij veel Ranunculaceeën, bij voorbeeld Anemone biddensis, pidsatilla, alpina en vernalis; 1lanuntilus alpestris en glacialis; bij vele Dryadaceeën, bijvoorbeeld l)ryas octo/ietala; (lettm tnoatanum en Geum reptans, alsook bij verscheiden Wijnstoksoorten, als Vitis syleestris en Vit is macrocirrha het geval is.

De twaalfde groep omvat die soorten, die op de eene plant schijnbaar tweeslachtige vrouwelijke en op de andere schijnbaar tweeslachtige mannelijke bloemen ontwikkelen. Dit werd waargenomen bij sommige soorten van Wegedoorn, als lllianiiius cathartica, saxatilis en tincturia ; ''ij verschillende Muurachtigen, als Lyehnis dinrna, Dagkoekoeksbloem; Lyehnis eespertina, Avondkoekoeksbloem; bij de Asperge, Asparagus officinalis; bij Bhodiola rosea/ bij de Alpen Aalbes, Ribes alpinum, en de Vederdistel, Cirsium. Ook het Tweehuizig Koerkruid, Gnaphalium

A. Kernf.r vos Marilaux, Het leven der planten. III. 23

Sluiten