Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

draadbloemen tweeërlei tweeslachtige bloemen ontwikkelen, namelijk bloemen met groote vruchtbeginsels en weinige, korte meeldraden, en bloemen met kleine vruchtbeginsels en talrijke, langere meeldraden, moeten wij vermelden, dat de eerste op kruisbestuiving, de laatste op zelfbestuiving zijn aangewezen.

Een andere de kruisbestuiving bij tweeslachtige bloemen noodzakelijk makende inrichting is de verwisseling van plaats tusschen helmknoppen en stempels. Ofschoon zij in dit werk reeds is vermeld op blz. 298 en 330 moet zij hier nogmaals worden besproken, omdat ze een der belangrijkste tot kruisbestuiving van tweeslachtige bloemen leidende inrichtingen is, en eigenlijk alleen met het oog op dit doel kan worden verstaan.

In hoofdzaak komt deze plaatsvervanging op de volgende wijze tot stand. De plek, waar zich een tijdlang de rijpe stempel bevond wordt lateidoor de met stuifmeel beladen helmknoppen ingenomen en omgekeerd. Daar deze plaats juist op den weg ligt, die door de honigzuigende insecten als toegangsweg wordt gebruikt, raken de insecten in de eene bloem alleen de helmknoppen in de andere alleen de stempels aan, wat dan onvermijdelijk tot kruisbestuiving aanleiding geeft. De verwisseling van plaats wordt óf door het buigen, zich krommen en verschuiven der helmdraden öf door dergelijke veranderingen van richting in de stijlen bewerkt. Ook komt het voor, dat zoowel de helmdraden als de stijlen in dezelfde bloem van stand veranderen en volkomen ruilen van plaats.

Men kan niet minder dan tien verschillende gevallen van verwisseling van standplaats onderscheiden. Bij een groep van planten, waarvan Allium Chamaemoly het voorbeeld kan zijn, ziet men middenin de pas geopende bloem den rijpen stempel, terwijl de helmknoppen zijdelings tegen de bloemdekbladeren zijn aangedrukt. Later, als de helmknoppen zijn opengesprongen en stuifmeel aan te bieden hebben, gaan ze door eigenaardige bewegingen van de helmdraden naar het midden, plaatsen zich dicht vóór den stempel en vormen een gelen bundel, die door de in de bloem binnengaande insecten noodzakelijk moet worden aangeraakt, terwijl daar vroeger, juist op dezelfde plaats, alleen de stempel kon worden aangeraakt.

Bij een tweede groep, waartoe verscheiden Gentianen, als Gentiana axclepiailea, Gentiana ciliata, en Klokjes Gentiaan, Gentiana Pneumonanthe; de meeste Malvaceeën, als Ahutilon, en het Kaasjeskruid, Malva; de talrijke soorten van Monnikskap, Acaiiitum; van Funkia ook en de Spoorbloem, <'Jentnnithus, ziet men bij de jonge bloemen dichtbij den naar den honig leidenden weg stuifmeel aangeboden, nu eens slechts door een enkelen helmknop, als op de hierachter staande afbeelding in Fig. 1 tot 3, dan door vijf of zes, soms ook door zeer vele, die samen een bundel vormen. De stempels zijn eerst verborgen achter of onder de helmknoppen. Later buigen de helmdraden zich in een halven cirkel terug, en de stempels worden zichtbaar. Als er slechts een enkele stempel aanwezig is, die tot hier toe achter den helmknop was verborgen, als bij de genoemde Spoorbloem, dan wordt natuurlijk alleen die ééne helmknop blootgelegd, zooals de afbeelding in Fig. 2 en 3 laat zien. Als nu insecten op den

Sluiten