Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De autogamie of zelfbestuiviiig.

Onder autogamie verstaat men de bestuiving der stempels met stuifmeel uit de meeldraden, die zich in dezelfde bloem bevinden als de stempels. Autogamie kan dus slechts in tweeslachtige bloemen voorkomen, waaruit men echter niet de gevolgtrekking mag maken, dat in tweeslachtige bloemen niet anders dan autogamie kan plaats hebben. Dat Linnaeus verkeerdelijk tot dit besluit kwam, is in het voorgaande hoofdstuk uiteengezet. Kr werd daar gewezen op een bijna onuitputtelijke verscheidenheid van inrichtingen, die in tweeslachtige bloemen kruisbestuiving kunnen teweegbrengen en wel in de eerste plaats kruisbestuiving tusschen verschillende soorten, in de tweede plaats tusschen de bloemen van verschillende planten van dezelfde soort, en eindelijk tusschen de aan dezelfde plant voorkomende bloemen.

Dit belangrijke resultaat der nieuwe onderzoekingen leidde niet alleen tot een beter inzicht in de beschouwingen van den beroemden Zweedschen plantkundige, maar ook tot de meening, dat autogamie in het plantenrijk vermeden werd. Darwin meende zelfs, dat er iets schadelijks in de autogamie moest liggen, omdat zooveel aanduidingen erop wijzen, dat zij wordt tegengegaan. Deze uitspraak, ofschoon eenigen tijd vrij algemeen als leerstelling aangenomen en zelfs wel eens als een natuurwet vooropgesteld, is echter niet de juiste uitdrukking der waargenomen feiten. Het is waar, dat in de eerste plaats naar kruisbestuiving wordt gestreefd, maar niet waar is het, dat de autogamie is vermeden.

Als er een kruising heeft plaats gehad, is natuurlijk een daarna volgende autogamie zonder beteekenis, maar als de kruisbestuiving achterwege is gebleven, komt de autogamie tot haar recht, en do inrichtingen, die getroffen zijn, om autogamie teweeg te brengen, zijn niet minder menigvuldig dan die, waardoor op kruisbestuiving schijnt te zijn aangewerkt. Daarin ligt het belangwekkende in den bouw der bloemen, dat er op verschillende tijden naar twee doeleinden is gestreefd, die in zekeren zin tegengesteld zijn, namelijk naar kruis- en naar zelf bestuiving.

Daar dit resultaat de gewichtigste grondslag is voor de later te ontwikkelen theorie over het ontstaan der plantensoorten, moeten wij hier eerst de waarnemingen, die ertoe hebben geleid, meedeelen. Heel gemakkelijk is die taak niet. Sinds 25 jaren werden door mij de bloemen van veel meer dan duizend soorten van planten, gedeeltelijk op hun oorspronkelijke standplaatsen in de vrije natuur, gedeeltelijk in de tuinen, waarvan ik gebruik kon maken, op alle trappen van ontwikkeling, van 't ontluiken tot het verwelken, met het oog op de hier bedoelde processen onderzocht, en er zijn zooveel aanteekeningen gemaakt, dat zelts kort samengevatte beschrijvingen van de afzonderlijke gevallen vele deelen van den omvang van dit werk zouden vullen. Ik moet mij er dus hier toe bepalen, die afzonderlijke gevallen met het oog op hun overeenkomst in groepen samen te vatten. Maar ook van deze groepen zijn er een

Sluiten