Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien is aan deze Fig. 4 en ook aan Fig. 5, komen de inspringende plooien met den buitenkant der helmknoppenbuis in onmiddellijke aanraking; leggen zich daartegen aan en nemen een deel over van het zeer kleverige stuifmeel. Den volgenden dag opent en sluit zich do bloem opnieuw, ook nog den derden of vierden dag.

In den loop van dit tijdsbestek zijn bijna alle deelen der bloem langer geworden; de helmdraden zijn 1 millimeter, de stamper is 3 millimeter in de lengte gegroeid, en de benedenhelft der bloemkroon beeft zich zelfs 5 millimeter verlengd. Ten gevolge van deze laatste verlenging werd het van de antherenbuis op de plooien der bloemkroon overgegane stuifmeel 5 millimeter opgelicht en het is daardoor op dezelfde hoogte gekomen met de intusschen uiteengeweken stempels. Als nu de bloemkroon zich weder in plooien legt en zich bij het vallen van de schemering sluit, wordt het op de uitspringende plooien vastgekleefde stuifmeel overgebracht op het voor bestuiving geschikte weefsel. Deze bestuiving wordt nog niet weinig begunstigd, doordat thans, tegen het einde van den bloei, de uitspringende plooien een beetje anders van vorm zijn en een anderen stand innemen, (zie de dwarse doorsnede in Fig. 8), waardoor de van pollen voorziene plaatsen nog dichter tot het middelpunt der bloem kunnen naderen.

Deze allermerkwaardigste inrichting ter bevordering van de autogamie is, zooals reeds werd opgemerkt, ook te zien bij de op vochtige weiden door geheel Europa verspreide Klokjes Gentiaan, Gentiana pneumonavthe, en daarbij bedraagt de verlenging van liet trechtervormige gedeelte der bloemkroon, in den tijd tusschen de eerste en de laatste sluiting, zelfs 7 millimeter.

Veel eenvoudiger dan bij de genoemde Gentianen gaat dit alles toe bij de tot de vergiftige Liliaceeën behoorende soorten der geslachten Sternbergia en Colchicum. De bloem van Sternbergia tuten heeft een rechtopstaand, trechtervormig bloemdek, in zes slippen uitloopende, waarvan slechts drie iets langer dan de drie andere zijn. De zes rechtovereindstaande meeldraden, aan welker voet honig wordt afgescheiden, hebben omhoog gerichte helmknoppen en staan in twee kransen om de stijlen, die zich als drie lange draden in het midden der bloem verheffen. De stempels, waarin de stijlen uitloopen, staan ten allen tijde hooger dan de helmknoppen, en daar het stuifmeel in de hokjes van de opengesprongen helmknoppen blijft kleven, komt het niet zonder vreemde tusschenkomst op de stempels van dezelfde bloem. De bloemen zijn protogynisch en in 't begin van den bloei zijn ze aangewezen op kruisbestuiving, door middel van het uit andere bloemen door insecten aangevoerde stuifmeel. Dok dan als do naar buiten gekeerde helmknoppen zijn opengesprongen, strijken do zich naar den honig begevende insecten eerst langs den stempel en daarna langs de lager staande helmknoppen.

Het bloemdek is bij deze Sternbergia alleen over dag geopend; togen den avond sluiten de slippen ervan zich aaneen en wel zoo dicht, dat de binnenkant met het stuifmeel der naar buiten gekeerde helmknoppen in aanraking komt, waardoor iets ervan er aan vast kleeft. Dat gebeurt reeds op don eersten avond, die volgt op het openspringen der helmknoppen. Het op de bloemdek-

Sluiten