Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ende kiem kunnen worden gebruikt. Jn tegenstelling met het endosperm, onder welken naam liet in liet oögonium ontstane kiemwit wordt aangeduid, heeft men het buiten dit oögonium ontstane kiemwit perisperm genoemd.' AVil men den naam dooier gebruiken, dan zou het perisperm, als uitwendige dooier, van het endosperm, als inwendige dooier, moeten worden onderscheiden.

Het is opmerkelijk, dat de vorming dezer voorraden van reservevoedsel achterwege blijft, wanneer er geen bevruchting van den embryoplast heeft plaats gehad. De bevruchting heeft blijkbaar een invloed, die veel verder reikt dan de grenzen van den embryoplast. Deze invloed zou kunnen worden vergeleken bij de beweging, door een in 't water geworpen steen veroorzaakt. Evenals de steeds grooter wordende kringen in het water, zoo ontwikkelen zich ook in den zaadknop veranderingen, eerst in de onmiddellijke nabijheid van den door de bevruchting tot uitgangspunt der kiem geworden embryoplast, dan in de integumenten of eivliezen, verder in de vruchtbladeren en eindelijk ook nog in dat deel, dat de drager is van den geheelen aanleg deivrucht. Deze veranderingen, die terug te brengen zijn tot verschillende bewegingen van de kleinste deelen en zich als groei openbaren, hebben bij elke plant plaats naar een van te voren vastgesteld plan, dat afhankelijk is van de eigenaardige samenstelling, die aan liet protoplasma eigen is.

Het doel van die groei verschijnsel en is niet moeilijk te ontdekken, liet, nieuwe wezen, dat door de bevruchting is ontstaan, dat zich vroeger of later van de moederplant losrukt, dat zelfstandig moet worden en zich ergens moet vestigen, 0111 op zijn nieuwe woonplaats zich verder te ontwikkelen, moet voor zijn toekomst doelmatig zijn ingericht, de kiem heeft een bepaalde uitrusting noodig voor haar reis en haar verandering van woonplaats; zij behoeft geschikte middelen ter verspreiding en een beschutting tegen de vernietigende aanvallen der op plantenkost, aangewezen dieren, tot op het tijdstip, waarin zij de moederplant verlaat, en zij moet tevens tegen de ongunst van liet weder worden beschermd. Deze uitrusting 1111 komt tot stand door eigenaardige, 11a «le bevruchting intredende veranderingen van de integumenten, de vruchtbladeren, den bloembodem en de overige bloemdeelen.

De integumenten of eivliezen veranderen in do zaadhuid, die soms duidelijk in eene uitwendige en eene inwendige is verdeeld. Voor 't geval van zulk een splitsing is de inwendige zaadhuid zeer eenvoudig gevormd en bestaat uit een dun, kleurloos vliesje, soms ook, maar minder dikwijls, uit een liarde huid of een slijmig, gemakkelijk opzwellend weefsel. De uitwendige zaadhuid, testa, doet zich in allerlei verschillende gedaanten voor. Zij bestaat niet zelden uit verscheiden lagen, en de op elkander volgende lagen zijn opgebouwd uit cellen van den meest uiteenloopenden vorm. Nu eens is zij zachten dunvliezig, dan weer hard en stevig, perkamentachtig, houtig, hoornachtig of steenhard; weer in andere gevallen vleezig en saprijk, of zij is veranderd in een slijmerige, kleverige massa. De buitenste laag van dezo zaadhuid is in de meeste

A. Iwit.nkit von Mahii.aun. Het leven der planten. III. 'lo

Sluiten