Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich tijdens het rijpen dicht aaneen; eerst later, als de kiemen der zaden reisvaardig zijn geworden, scheiden zich de afzonderlijke deelen (nchvniu) en vallen uit elkander; het maakt dan dikwijls den indruk, alsof er met een scherp mes een splijting had plaats gehad. Elk der deelen van de splitvrucht blijft voor zich gesloten, en de erin vervatte zaden vallen er niet uit, maar worden met, en vaak door tusschenkomst van den eromheen gezeten vruchtwand verspreid. Zulk een splitvrucht is die van het Kaasjeskruid, Malva, welke uit vele afzonderlijke vruchtjes bestaat en daarom veelvoudige dopvrucht, poli/acheniuin,

Niet-openspri ugende vruchten en sp li tvrn chten. 1 en 2. Steenvruchtachtige nout van Fumaria, Du i venker vel, met de lengtedoorsnede. 3 en 4. Vierhokkige noot van Callitriche, Haarsteng, met de lengtedoorsnede. 5. Splitvrucht (dubbele dopvrucht) van de Ven kol, Voeniculum aromaticum (officinale). 6. Van Peterselie, Peiroselinnm sativum. 7. A'an Karwij, Carum carvi.— Alle figuren

vergroot. (Naar Baillon).

wordt genoemd. Bij de Schermbloemigen, waarvan de afbeeldingen hierboven de vracht van Karwij, Carum carvi, van Peterselie, Petroselinum sativum, on van Venkel, Foeniculum aromaticum, als voorbeelden geven, blijven de beide deelen der dubbele dopvrucht of het diachenium na de splitsing nog een tijdlang hangen aan de toppen der armpjes, waarin het zuiltje, hetwelk ze draagt, zich splitst. Voor de Umbelliferen is deze vorm kenmerkend.

Zooals reeds gezegd werd, komt door middel van het omhulsel der nietopenspringende vruchten in zeer veel gevallen de verspreiding en vasthechting tot stand van do omsloten zaden. Dat geschiedt op tweeërlei wijze. Of er zijn

Sluiten