Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. De afwisseling in de wijze van voortplanting.

Inhoud: De voortplanting lang* vegetatieven weg in de Maats tredend vau die door vruchten. Ue partlienogenesis. — De generatiewisseling.

De voortplanting langs vegetatieven «eg in de plaats tredend van

clie door vruchten.

Als eenjarige planten worden door de botanici die planten beschouwd, die in den loop van een deel des jaars, tusschen 2 en 10 maanden durend, on kiemen, groeien, bloeien en vruchten dragen, om na het rijpen vau deze snel te verwelken en te gronde te gaan. Blijkbaar is bij deze planten de levenswerkzaamheid vooral gericht op de vorming van een overvloed van zaadkorrels en het is opmerkelijk, dat er bij hen steeds met den besten uitslag autogamie tot stand komt. Bladeren brengen deze eenjarige planten juist zooveel voort a s noodig is om het materiaal te leveren voor de bloemen en vruchten en voor de bereiding van de noodige stoffen, om het zaad van reservevoedsel te voorzien. Zoodra dat is geschied, sterven de bladeren, evenals de wortels en de stengel, zonder zich langs vegetatieven weg te hebben vermenigvuldigd, en maanden achtereen leven die éénjarige planten eigenlijk alleen in den vorm van hunne uitgestrooide, rustende zaden.

t Is waar, dat op deze manier de vermenigvuldiging of verjonging der plant alleen daar kan plaats hebben, waar de klimaatstoestanden beantwoorden aan de voorwaarden voor eene ongestoorde ontwikkeling van kiemkrachtige zaden, en waar ook van den kant van dieren en van den meusch niet storend in den ontwikkelingsgang wordt ingegrepen. Als echter op plaatsen, waar zulke planten hunne woning hebben opgeslagen, het klimaat ongunstig wordt, als de gedurende den zomer den planten toegevoerde warmte te gering is, dan dat men in liet eerste jaar met zekerheid op rijpe vruchten zou kunnen rekenen sterven de zoo getroffen planten niet bij 't eind van den zomer, maar ontwikkelen andere, tot een zelfstandig leven geschikte deelen en worden plotselin» overblijvend. *

Er heeft dus, om het in 't kort uit te drukken, bij dreigend gevaar voor uitsterving en verdwijning der soort, een vervanging plaats van de vruchten door andere zelfstandig voortlevende deelen, die wij vroeger afleggers hebben genoemd. Vruchten worden dan niet gevormd, maar

A. Kkrnkr von Marilaün, Het leven der planten. III. Q.1

Sluiten