Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zomer worden gebruikt, zoo komen uit deze bloemen ook rijpe vruchten en zaden voort. Maar anders is liet gesteld met die planten, die hun bloemen niet reeds in den herfst aanleggen, maar die, vóór ze met de bloemen kunnen beginnen, eerst een onderbouw, dat is een met bladeren bezetten stengel, moeten klaarmaken, wat, afgezien van de warmte, ook op veel tijd beslag legt. Bij zulke planten is natuurlijk ook de ontplooiing der bloemen vertraagd. Zij bloeien niet dadelijk na liet smelten der sneeuw, voordat er zich bladeren hebben ontwikkeld, maar eerst als de weiden rondom reeds prijken met het sappigste groen. Het rijpworden der vruchten wordt dus bij hen tot veel later uitgesteld. Maar dan bestaat er gevaar, dat de vorst al weer intreedt en het wintersche sneeuwdek leeds den grond bedekt, vóór er nog kiemkrachtige zaden zijn ontstaan en door de moederplant zijn uitgestrooid. In zulke gevallen is door de vorming der zelfstandige vegetatieve doelen de instandhouding, vermenigvuldiging en voortplanting der gewassen beter verzekerd; de ervaring leert, dat voor die vegetatieve vermenigvuldiging minder tijd en minder warmte noodig zijn dan voor de vruchtvorming, terwijl verder deze manier nog liet voordeel heeft, dat \ 1 oegtijdig intredende winters de aangelegde knolletjes, knoppen en loten niet vernielen.

Nu behooren juist de bovengenoemde Veelknoopigen, Steenbreken, Zeggen en Grassen tot die planten, die op hun gewone standplaatsen betrekkelijk laat gaan bloeien en daar in ongunstige jaren aan 't gevaar zijn blootgesteld, dat hunne zaden niet tot rijpheid komen, welke omstandigheid zonder twijfel in verband moet worden gebracht met de bij hen zoo dikwijls voorkomende plaats\ei\anging van vruchten door andere, tot zelfstandige planten uitgroeiende deelen. Men zal zich wel niet vergissen, wanneer men ook liet bij vele steppenplanten waargenomen optreden van zulke „afleggers", in de plaats der bloemen, in verband brengt niet liet feit, dat deze planten in vele jaren voor den opbouw van den stengel en de vorming van bloemen en rijpe vruchten te weinig tijd hebben.

Dat vele in liet slijk wortelende en met hun stengels en groene bladeren in het water drijvende planten hun bloemen boven de oppervlakte van liet watei moeten verheffen, en ze moeten openstellen voor den invloed van den wind en voor insectenbezoeken, als er bestuiving en bevruchting zal plaats hebben, werd reeds herhaaldelijk opgemerkt. Voor zulke planten zijn echter ook de schommelingen van den waterspiegel van groot gewicht, en liet is begiijpelijk, dat een lang aanhoudende liooge waterstand het bloeien en vruchtdragen moet hinderen, ja het in veel gevallen onmogelijk maken kan.

\ erscheiden van die moeras- en waterplanten hebben wel het vermogen, met de omstandigheden rekening te houden, en de stengels groeien bij hooger waterstand al maar voort, opdat de bloemen eindelijk toch boven den waterspiegel zullen uitsteken en zich daar kunnen ontplooien; maar ook deze lengtegroei heeft zijn grenzen, en niet zelden doet zich het geval voor, dat trots de buitengewone verlenging der stengels en bloemstelen liet doel toch niet wordt bereikt. Onder water kan echter in de bloemen van deze planten geen bevruchting

Sluiten