is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de dierenwereld is deze generatiewisseling tot eenige weinige kringen beperkt, maar in de plantenwereld is zij een zeer gewoon, algemeen verspreid verschijnsel. Bij de Phanerogamen is elke afzonderlijke plant eigenlijk een „stok", een vereeniging van spruiten. Elke spruit bestaat uit verschillende, boven elkander geplaatste leden, waarvan de bovenste en jongste steeds met behulp en door tusschenkonist der benedenste en oudste zich ontwikkelen. Die leden van de verschillende spruiten of loten blijven met elkander verbonden, en het weefsel, dat de verbinding tot stand brengt, is met zijn lucht- en watergeleidende buizen op te vatten als een orgaan, dat alle leden van de spruit gemeenschappelijk bezitten. In zoo ver als de leden der loot het vermogen hebben, van elkaar gescheiden, als afzonderlijke wezens voort te leven, heeft men ze als individuen opgevat en hun den naam anaphyten gegeven, zooals reeds op blz. 5 gezegd is.

Tot een spruit of wel tot een geheele plant vereenigd, vormen de anaphyten een „stok", hebben ze een gemeenschappelijke huishouding, en heeft er verdeeling van arbeid onder hen plaats. De anaphyten van den trap der gewone bladeren dienen in de eerste plaats voor de bereiding van bouwstoffen; die, welke binnen het gebied van den stengeltop liggen, voor de vorming van geslachtscellen, door welker vereeniging de vrucht wordt gevormd. Loten of spruiten, die als afsluiting anaphyten van laatsgenoemde soort bezitten, noemt men bloemen, of bloem spruiten; die, welke aan liun top bladeren hebben, of betei gezegd, loten, welker bovenste anaphyten door middel van hun groen weefsel bouwstoffen bereiden, heeten bladspruiten. De eerste aanleg deispruiten of loten zijn, zooals bekend is, de knoppen, en van deze onderscheidt men, in overeenstemming met de bovengenoemde, verschillende taak, die is toegewezen aan hun bovenste anaphyten, bloemknoppen en blad knoppen.

De loten, die uit de bladknoppen ontspruiten, blijven in de meeste gevallen met de plant verbonden en doen zich als takken voor; de loten, die uit de bloemknoppen zijn voortgekomen, scheiden zich daarentegen, nadat bevruchting en vruchtvorming hebben plaats gehad, geheel of gedeeltelijk van de plant af, en daar, waar vroeger de bloemknop is geweest, ontstaat een litteeken. hlke spruit kan als een generatie worden opgevat en dus is ook de bij alle phanerogamen waargenomen afwisseling in de vorming van bladspruiten en bloemspruiten, of wel van bladknoppen en bloemknoppen bij één en dezelfde plant, als generatie-wisseling te beschouwen.

Geheel hiervan verschillend zijn de betrekkingen tusschen geslachtelijke en ongeslachtelijke generatie bij de Varens, Paardestaarten en in 't algemeen bij al die Cryptogamen, die onder den naam Vaatcryptogamen worden samengevat. Bij de Varens doet zich de generatie, die de geslachtsorganen draagt, voor als een vlak uitgespreid lichaampje, van welks onderkant tijne wortelharen in den grond binnendringen, zooals de afbeelding hierachter in Fi<j. 1 laat zien. Meestal heeft dit onder den naam prothallium of voor kiem bekende weefsellichaam den vorm van een langwerpig of hart-