Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen den vorm eener ellips aan en zijn slechts 2 of 3 maal zoo lang als breed. Ook verandert de blauwachtig groene kleur der gezonde planten in een vuil okergeel, wat tot het wonderlijk aanzien van deze spruiten niet weinig bijdraagt.

De veranderingen, teweeggebracht aan de spruiten der soorten van Maagdep alm, Vinca, zooals Vinca herbacea, Vinca major en Vinca minor, door de uredosporen of zomersporen van Puccinea vincac, en die aan de spruiten van de Akker Vederdistel, Cirsium arvense, door de teleutosporen van Puccinia suaveolens, vertoonen groote overeenkomst met die van de Cypres Wolfsmelk, in zoover namelijk ook bij hen de stengel zich zeer verlengt en de bladeren een korter en breeder aanzien krijgen en er geel en barsterig gaan uitzien. Als er bloemen aan zulke kankerachtig ontaarde spruiten voor den dag komen, zijn die steeds achterlijk en slecht ontwikkeld, en er komen daaruit natuurlijk nooit vruchten voort met kiemkrachtige zaden. Menigmaal zullen zulke spruiten ook te vroeg gaan bloeien. Zoo bijvoorbeeld ontwikkelen de spruiten van Primula Clusiana en minima, die door Uromyces primulae integrifoliae worden aangetast en die men dadelijk aan do verlengde bladeren der rozetten herkent, hunne in den zomer aangelegde bloemen niet, zooals anders liet geval is, in de lente van het volgende, maar reeds in den herfst van hetzelfde jaar.

Van de lagere, houtige gewassen moet vooral de Koode Boschbes, Vaccinium vitis idaea, genoemd worden, omdat daarop twee soorten van kankerachtige ontaardingen voorkomen. Melampsora Goeppertiana, en wel de ontwikkelingstrap der teleuto- of wintersporen van deze woekerzwam, is de oorzaak, dat zich eerst het schorsparenchym van do stengels sterk verdikt en in een sponsachtig weefsel overgaat, dat in het begin vleeschkleurig is, maar na korten tijd een kastanjebruine kleur aanneemt. Do stengels groeien ook sterk in de lengte, gaan loodrecht omhoog en maken, als zij met vele dicht bijeenstaan, den indruk van kleine bezems. De bladeren zijn ten gevolge van do verlenging van den stengel veel verder uiteengeschoven dan bij de gezonde plant. Ook zijn do benedenste bladeren van de plant veranderd in kleine, gewimperde schubjes, en de bovenste zijn zoo sterk verkort, dat ze een bijna cirkelronde gedaante verkrijgen.

De tweede kankerachtige ontaarding, die de spruiten van het heestertje Vaccinium vitis idaea vertoonen, wordt door Exobasidium vaccinii teweeggebracht. De stengel neemt eene bleek rozeroode kleur aan, is een weinig sponsachtig verdikt, maar neemt niet bijzonder in lengte toe; de bladeren krommen zich, en wel zoo, dat de bovenzijde van do bladschijf de bodem wordt van de uitholling. Het weefsel der aangetaste bladeren wordt dikker, krijgt een gebarsten aanzien en verliest zijn bladgroen. In plaats van de groene, treedt een roode kleurstof op, die vooral aan den bovenkant van het blad sterk in 't oog valt. De benedenzijde der bladeren, waarop zich de sporen ontwikkelen, gaat er uitzien, alsof zij met meel was bestoven. Gewoonlijk zullen bij een aangetaste plant ook de knoppen zich te vroeg ontwikkelen, zoodat de knoppen, die in de gewone omstandigheden eerst in het volgend jaar tot ontwikkeling zouden zijn gekomen,

Sluiten