is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiertoe behoorende vormen, die op de genoemde Havikskruiden voorkomt, vertoont knolachtige aanzwellingen van den stengel. In het uitgezette stengelmeig liggen de larvenkamertjes; de vaatbundelring, die op allerlei manieren verschoven is, vormt de schut- of pantserlaag; en de schors van 't aangetaste deel van den stengel is de schorslaag der gal geworden. De opperhuid is in 't oog vallend sterk behaard.

Bij de van bladeren voorziene gallen sluiten zich nog aan de gallen, tot welker vorming bloembladeren hebben meegewerkt. Zij ontstaan uit bloemknoppen, waarin door kleine galmuggen eieren zijn gelegd. De uit het ei komende larven leven in de holte van het vruchtbeginsel, of als dit verschillende hokjes heeft, in een der hokjes, waardoor die ruimte de beteekenis krijgt van een larvenkamertje. Do bloemkroon, die in den bloemknop het vruchtbeginsel omhult, gaat niet open, maar blijft als een gesloten kapje zich welven over het larvenkamertje. De kelk ziet er opgeblazen en gezwollen uit en is soms vleezig verdikt. De geheele gal maakt den indruk van een knop of van een kleine bloembol; zij herinnert aan de eigenaardige knoppen, welke men in plaats van bloemen aan do bloemstengels van sommige Looksoorten aantreft.

In 't bijzonder vindt men zulke „bloemgallen" op de Gemeene Kolklaver, Lotus cornieulatux, waar zij door de galmug Diplosis (Contarinia) loti veroorzaakt wordt; op verschillende soorten van Toorts, Verbascum, zooals Verbascum austriacum; Verbascum nigrum, Zwarte Toorts; Verbaseum lychnitis, Melige I oorts, daar veroorzaakt door AsjtliowJylia rerbasci; op verschillende soorten van Gamander, als Teucrium montanum; Teucrium chamaedrys, Liggende Gamander; Teucrium liordium, Water Gamander, door de sna\olinsecton (lii/ncliota) Laccometopus teucrii en clavicornis teweeggebracht; en op een soort van Kapunzei, J'hyteuma orbiculare, waar ze door Cecidomyia l>hyt< umatis tot stand komt.

Hij de pi opgallen sluiten zich die merkwaardige galvormingen aan, die bij <lo boeren in Oostenrijk onder den naam „Ivoekoeksknoppen" bekend zijn, en waarvan, evenals van de schuimige, speekselachtige, door het bekende «schuimbeestje, J'liilaenus spumarius, op de Koekoeksbloem en andere planten afgescheiden massa's, geloofd wordt, dat de koekoek aandeel heeft aan hun ontstaan. Men kan dien naam, tot „koekoeksgallen" gewijzigd, voor de geheele groep van gallen gebruiken.

De koekoeksgallen vallen door hun bleeke, witachtige kleur, en door liet zachte, sponsachtige weefsel in 't oog; zij trekken vooral ook de aandacht, doordat zij alleen het benedengedeelte van de spruit omhullen, terwijl de top van de aangetaste loot onveranderd verder groeien kan. Men heeft ze met het oog op die eigenaardigheid ook bij de vruchten van de Ananas vergeleken, boven weikei \leezige bestanddeelen de as zich, zooals men weet. als een groen bebladerde pluim verheft, een stengeldeel, dat na het rijpen der vrucht zijn groeikracht nog niet hoeft verloren.

De ontwikkelingsgeschiedenis dezer koekoeksgallen is dezelfde als die der omhulselgallen, 011 zij onderscheiden zich van die laatste dan ook alleen daar-