Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om liet belang van dit onderwerp willen wij hier even een uitstapje maken naar liet gebied der zoölogie en gewagen van een geval, dat aantoont, hoe soms ook bij bastaarden uit bet dierenrijk de kenmerken der ouders naast elkander, en niet samengesmolten en vereenigd optreden.

Het Kak kei boen, Tetrao medius, is, zooals men weet, een bastaard, die door kruising van liet Korhoen, Tetrao tetrix, met het Auerhoen, Tetrao urogallus, ontstaat. Die bastaard komt in Tirol zoo veelvuldig voor, dat de poeliers in Innsbruck in den loop van ieder jaar gemiddeld zes stuks van de jagers uit de naaste omgeving ten verkoop toegezonden krijgen. Enkele exemplaren van dat Rakkelhoen hebben, merkwaardig genoeg, streepsgewijze gerangschikt, zoowel de veêren van het Korhoen, als die van het Auerhoen. In het jaar 1879 werd door een jager boog uit het Tiroolsche Gschnitzdal een hen van 't Rakkelhoen gotlood, die in zeer onregelmatig verdeelde strepen en vlekken de veêren van bet Auerhoen en die van het Korhoen ondereengemengd vertoonde.

Door deze Kakkelhoenders krijgen de bij de Lischhybriden gedane waarnemingen een opmerkelijke bevestiging, en men mag er tegenwoordig niet meei aan twijfelen, of er door kruising in 't leven geroepen bastaarden zijn, die naast elkander de kenmerken der ouders hebben overgenomen.

Aangenomen, dat ( i/tisux jldunii niet door oculeeren, maar door de overbrenging van het stuifmeel van ('i/tisus purpureus op den stempel van (ytisus laburnuiH is ontstaan (zooals er ook bastaarden of zoogenaamde enthybriden voortkomen uit een vermenging van Ci/tisus purpureus met Ci/tisus Jacquiniatius en Cytisus aljtiniis) dan zou zich het ontstaan van de velerlei bloemen aan de gevormde hybride daardoor laten verklaren, dat de verbinding van de spermakern met de eikern geen volledige doordringing of samensmelting van de tweeërlei protoplasten was. Het zou immers denkbaar zijn, dat de beide protoplasten of wel bun kernen, zich bij de bevruchting tegen elkaar aan leggen, zooals op blz. 490 van Deel 111 is gezegd, elkander maar voor een deel, laat ons zeggen, voor een derde doordringend. Dan zou de na de box ruchting ontstaande kiemcel drieërlei protoplasma bevatten: lo. in het midden het protoplasma, dat door samensmelting ontstaan was uit dat van Cytisus purpureus en van Cytisus laburnuni; 2o. aan den eenen kant het onveranderde protoplasma van Cytisus purpureus en 3o. aan den anderen kant het onveranderde protoplasma van Cytisus laburnuni.

Als nu door de invoeging van tusschenschotten in deze kiemcel drie dochtercellen ontstaan, waarvan ieder een verschillend protoplasma bevat, dan zou daaruit volgen, dat wel ieder van deze drie dochtercellen liet uitgangspunt zou kunnen vormen voor een eigen weefsel, maar dat toch deze drieërlei weefsels met elkander in de uit de kiemcel zich ontwikkelende plant zijn vergroeid. Uit het eene weefsel zou dan een spruit voortkomen met voini en kleur der bloemen van die soort, die de spermakern heeft geleverd; uit het andere een spruit, die vorm en kleur der bloemen bezit van die soort, waarvan de eikein afkomstig is, en eindelijk in de derde plaats een spruit, welker organen in

A. Kkunkk yon Makilaun. Het leven der planten. IV.

Sluiten